Jan Derks steenmetselaar

In de 18e eeuw was de macht van de kerk groot: als er armoe was, klopte je daar aan voor bij- of onderstand. Bij problemen door bijvoorbeeld een overstroming (waarbij lijf en goed verdwenen waren) vroeg je de kerk om hulp.

Bij het lezen van Kerkenraadshandelingen van Appingdam in het begin van de 18e eeuw kwam ik een aantekening tegen, die ging over Jan Derks steenmetselaar en zijn gezin. Hieronder wordt duidelijk(er) hoe het in die vroege tijd werkte.

J. Kuyper – Gemeente-atlas van Nederland naar officieele bronnen bewerkt.

Jan Derks en Harmtjen Jans(en)

De eerste keer, dat ik Jan Derks en Harmtjen Jansen tegenkwam was bij de inschrijving in de Stad Appingedam:

Art.3. Met Attestatien zijn gekomen Jan Derks van Delfzijl.
Harmtjen Jansen, huysvrou van Jan Derks, van Groningen.

Er is een ondertrouwinschrijving gevonden van een Jan Derks en Harmtjen Jans, maar niet is vast te stellen of dit de personen zijn, die later naar Appingedam zijn verhuisd:

10 juni 1693 3. Jan Derks sold: onder Capit: Jan Mepsche en Harmtjen Jans beide van Gron: pq: Jan Michiels als bekende. Cop [getrouwd] A de Abbing d. 14 juli M:K [Martini Kerk]

De volgende kinderen werden geboren in Groningen:

Woensd. halv. bid 5 GrK Willemina d.v. Jan Derks en Harmtje Jans omtrent Oosterpoort [04-12-1694]
Pinkst:m. 29 AK [A Kerk] Sara d.v. Jan Derks en Harmtje Jans over Hardr.str.brug [24-05-1697]
den 3: December een Soon van Jan Derkx Soldaat onder Capt: Jan De Mepsche & Harmttjen Jans egtelieden Derk gen: [03-12-1699]

Na verhuizen naar Appingedam werden de volgende kinderen daar geboren (vermeld tussen berichten van de kerkenraad door, voor een goed beeld van de tijd):

Den 19. dito, hebben Jan Derks, steenmetselaar: en Harmtjen Jans, Eghtelieden, haar soon Pieter laaten doopten [19-03-1705]
Den 9. dito, hebben Jan Derks, steenmetselaar, en Harmtjen Jans, Eghtelieden, haar dogter, Rebekka, laaten doopen [09-02-1707]

Wat was er aan de hand?

Uit de volgende inschrijvingen in de kerkenraadshandelingen van Appingedam wordt duidelijk wat er zoal speelde rond Jan Derks, zijn vrouw en hun kinderen.

29 februari 1708
Art:4. D. Scriba stelde voor dat Jan Derks steenmetselaar de vergaaderinge der Doops-gesinde bijwoonde, en den kinderdoop openlijck bestreed, en voorgesteld hadde met de Gereformeerde kerke in andere leerstukken wel over een te koomen, maar de doop der kinderen als een onnoodige en ongegronde saak in des H. woord tegensprak, verklaardende wel ten avontmaal te willen gaan, als men hem vant’ geloov des kiinderdoops ontsloeg, off hem wilde toelaaten tot des H. taafel sonder dit sijn gevoelen aan te merken off hem in sijn gemoed daar over te beswaaren door het affeischen van de belijdenisse desselfs. Dit is in bedenken genoomen om teegens  morgen daar over sijn gedagten te laaten gaan, en hem alsders antwoord daar op te laaten toekoomen.
[Jan was het dus niet eens met de kinderdoop, maar wil wel deelnemen aan het avondmaal]

1 maart 1708
Art.5. ad 4 Belangende de saak van Jan Derks sig in t’ stuk des kinderdoops met de Gereformeerde kerk niet langer konnende conformeren, is verstaan (1) dat men hem deese maal niet kan toelaaten (2) sijn Gecommittiert D. Scriba, met de Ouderling Pieter Harckes om hem deese Resolutie bekend te maaken voort naa t’ scheiden van deese Vergaaderinge.
[Jan wordt niet toegelaten tot het avondmaal]

4 april 1708
Art:7 ad Art: 5. gewagende aangaande de saak van Jan Derks steenmetselaar is geresolveert dat men de Proceduiren tegens den selven no geen weinig sal staaken, angesien men den selven wederom in de kerk gesien heeft.
[Jan was aanwezig in de kerk, maar wordt steeds uitgesloten van deelname aan het avondmaal]

5 september 1708
Art.5. meede berightede D. Scriba, uit de mond van jan derks vrouw verstaan te hebben, dat haar man wel geneegen was sig met de kerkenraad te versoenen, hebbende alleen eenige grieven over t’ stuck van den kinderdoop, als meede de beantwoordinge der vraagstucken die van de Vaders gedaan wordt, waar over ook int particulier met hem gehandelt is tot sijner overtuiginge, volgens Acte van den 1. Mart. Art. 5. twelk sij seer begeerde dat mogte geschieden tot voorkominge van huistwisten, en op dat hij uit vervolgt tot beantwoordinge mogte gebragt worden, gelijk hij van sijne voorgaande kinderen hadde gedaan, seggende met eenen, dat hij wel genegen soude sijn van selfs op morgen te verschijnen, gelijck hij ook verscheidene maalen tot het gehoor weder was gekomen.  De Vergaderinge laat sig sulks welgevallen, en sal hij op morgen selfs verstaan worden, om verder naa bevindinge van saaken met hem te handelen.
[Harmtjen kwam bij de kerkenraad met het verzoek dat Jan de volgende dag zal verschijnen voor de kerkenraad en zich met hen verzoent, waarmee ze huiselijke ruzie hoopt te voorkomen. Er zullen de nodige ruzies tussen het echtpaar zijn geweest]

6 september 1708
Art. 4 ad 5: jan derks biinnenstaande weirt van D. Prases gevraagt, of hij sig nader en beeter overtuigt en onderrigt bevont aangaande het stuck van den kinderdoop, waar op hij verklaarde van neen, maar te persisteren bij sijn voorgaande gevoelen. waar op D Prases sig inliet in een debat om hem, so mogelijck, te overtuigen van sijn gevoelen, twelck hier op uit quam (a) dat de kinderen door de onspronkelijke verdorventheid onrein waren, in sonden, en ontfangen, en gebooren (b) dat de kinderen van geloovige ouderen ook in haar kindse jaren off voort naa de geboorte stervende, evenswel int verbond der genaade sijn, christus toekoomen, ergenamen sijn van de Eeuweige heerlijckheid. (y) Evenwel niet behoeven gedoopt te worden, jaa, niet moeten, voor dat sij haar geloov konnen belijden. En hoewel de ongerijmdheid van dit gevoelen in t’ breede hem wierd getoond, dat hij de beteekende saak den kinderen toekennende, het teeken haar niet konde ontkennen, egter liet hij sig niet geseggen, maar persisteerde met groote heevigheid en hardigheid (teegens verwagtinge) bij tselve. waar op hij van gedimittiert is, naa dat hij vermaant was om de waarheid te ondersoeken, met toewensinge dat hij in deselve weder bevestigt mogte werden. Is verstaan, dat hij per naasten sal worden geciteert, en hem het gebruik des Avondmaals sal worden verbooden.
[De situatie is onveranderd, zo blijkt als hij voor de kerkenraad verschijnt]

7 november 1708
Art. ad Art 9 consult. Habiti 6 7bris 1708, stont Jan Dercks steenmetselaar geciteert zijnde, wederom binnen: welk gevraagt zijnde a D. Praesis of hij nog persisteerde bij sijn vorig gevoelen wegens de kinderdoop, heeft niet alleen daar op geantwoort iaa, maar ook getragt dat sijn gevoelen hoewel seer verwerdelijk gelijk als te  vooren, staande te konden sonder het minste te luisteren na die klaare betoninge van de regtsweege leere en bewijsen daar toe doen en de waarom een pariglijk geresolveert is, den selven in een geruime tijdt niet wederom laaten erteeren maar af te wagten tot dat hij van selve ankloppe.
[Jan verschijnt weer voor de kerkenraad, waar hij zegt nog steeds tegen kinderdoop te zijn. De kerk besluit het hierbij te laten en te wachten tot Jan tot bekering komt]

27 februari 1709
Art: 4. d. Scriba berigtede, dat het kind van jan derks, steenmetselaar, ongedoopt bleeff, reeds 4.: a 5: weken out sijnde, en daar over in de visitatie verstaan sijnde was even hertneckig in sijn gevoelen, en niet te bewegen om t’ kind te beantwoorden, alhoewel hij seide het sijn vrouw niet te beletten, indien deselve het ter doop wilde presenteeren. Is verstaan, dat men sigh een weinig sal wagten, en sien hoe hij sig gedraagt.
[Abraham, het 3e kind van Jan en Harmtjen, is niet gedoopt, waarop de kerkenraad het echtpaar heeft bezocht. Jan blijkt onveranderd van mening]

Den 20. dito, heeft Harmtjen Jans, huijsvrou van Jan Derks, steenmetselaar, haar kind ter doopt gepresenteert. (:sijnde de Vader niet van de Consistoriale Acten konnen worden nagesien) en is Abraham genaamt. [20-03-1709]

6 november 1709
Art:1. Jan Derks steenmetselaars vrouw binnenstaande  en eenig onderstant voor haar talrijke familie versoekende wijl, twerk so goet als ten einde was, wurden haar wekelijks 2 broden toegewesen.
[Nood is hoog, Harmtje vraagt om hulp van de kerk, nu er voor Jan geen werk is]

5 december 1709
Art 6. De vrouw van Jan Derks steenmetselaar binnenstaande en bitterlijk klagende dat sij met de beide brooden is voor enige weken haar waaren toegelegt, niet koste bestaan, en versoekende dat de Diaconen maar getreden ten haaren huise inspectie van haar armelijke toestant te nemen, geensins twijvelende of die anklagte welk tegen haar an de visiteerende Predikant was gedaan, soude vals bevonden worden, … haar nog een derde broot wekelijks toegestaan en de doorsoekinge van haar huis an de vrijen willekeur der Diaconen gelaten.
[Harmtjen verschijnt nogmaals voor de kerk, omdat de 2 toegekende broden per week niet voldoende zijn. De kerk mag haar huis controleren om e.e.a. te bevestigen]

5 februari 1710
Art. 11. Jan Derks vrouw enig gelt versoekende tot genesinge van haar kind van een breuke, twelk sij tot Loppersum wilden doen: Is verstaan, dat sij eerst bij de ordinarise Chirurgien alhier, die dit jaar de armen bediend, sig diende te vervoegen.
[Een van de kinderen heeft een botbreuk, Harmtjen verzoekt de kerk geld te geven voor een arts in Loppersum. Dit wordt afgewezen, ze kan naar de plaatselijke arts voor de armen in Appingedam]

10 december 1710
Jan Derks steenmetselaars Huisvrouw binnenstaande en eenig wekelijks onderhout geduirende dese winter tijdt in welk voor haar man niets te verdienen was, neffens eenige kleedinge voor haar selvs, waar van sij  sich seer ontbloot te zijn, versoekende, weert geresolveert dat sij wekelijks Drie broden souden genieten, en dat de Broerderen Diaconeninspectie van haar kleedingen souden nemen.
[Harmtjen vraagt de kerkenraad om wekelijks 3 broden en kleding te geven]

30 december 1711
Art. 4. Jan Derks steenmetselaar verlaaten hebbende sijn swangere vrouw met ses kinderen, hadden de Br. Diakonen reeds eenige order gestelt, soo tot kleedinge als anders, aan welker voorsigtigheit deese saak wort gelaaten tot dat haar kraam is voorbijgegaan, wanneer sij op de week cedul sullen gebragt worden. Is meede verstaan, dat men naa de geboorte-plaats van de outste kinderen sal verneemen.
[Jan heeft zijn gezin verlaten. Harmtjen is zwanger en heeft 6 kinderen. Ze vraagt om kleding. Na de geboorte van de jongste (Benjamin) wordt e.e.a. bekeken door de kerk wat er met de oudste kinderen moet gebeuren]

Dito, Benjamin, soon van Jan Derks, steenmetselaar (qui ante aliquot hebdomas uxorem gravidam cum sex liberis reliquit, an reversurus lit tempus docebit1) en Harmtjen Janss, Egtel. [31-01-1712]

3 december 1716
Art 9. Also Jan Dirks Steenmetselaar als Corporaal in dienst van de Provintie van Vriesland hebbend ende laaten aannemen, gelijk het gerugte gaat, sijn huis en kinderen 7 ingetal, malitieuslyk heeft verlaten, sonder hij daar an terwijl nog altijd alhyr is in t huist te kennen, waar door geen kleine nadeel an de Diaconie wort toe gevoegt, en een seer erg exempel an andere wort gegeven om, indien er niet tijdelijk en voorsien wort, tot diergelijke onnaturlijke daat Insgelijks voor te gaan so is dat de kerkenraadt in hoogsten afsprekender en de dat verkoeselijke stuk van dese Jan Derks, de bovengenoemde Gecomm. wurde versocht over dit gevint op t ernstigste met het hoog edele gerigte in conferente te treden en hetselve op t geduldigste te versoeken mede dese schandelijke vader, so verre mogelijk is, na regten te procedeeren.
[Het gerucht gaat dat Jan zijn gezin van 7 kinderen heeft verlaten. Hij wordt als voorbeeld gesteld en aangeklaagd]

3 februari 1717
Art. . De Kerkenraad van Appinga-dam vindt sig genootsaakt aan het Ed. Gerigte ter plaatse met alle respect nogmaals te vertoonen,

(1) Dat eenen Jan Derks, hoewel deselve in staat was om bij gesontheid hem selfe met sijne kinderen door den arbeid sijner handen te ermeeren, als sijnde een meester steen=metselaar; nogtans door sijne dronkenschap en aandere baldadigheeden sig hier toe onbekwaam hebbende gemaakt; niet alleen te vooren sijne swangere vrouw voor een tijd heeft verlaaten, maar nu ook sijne ses levendige kinderen, en deselve meest alle naakt, en van nodig onderhout ontblootet, ten laste van de Diakonie gelaaten, welke onmogelijk soude konnen bestaan, indien soodanigen on=chriftelijken, jaa on=menselijken voorbeelt van aandere mogte worden nagevolgt waarom hij versoekt, dat het Edele Gerigte hier in doe, als naa haare wijsheid sal goedgevonden worden, Hij den selven ad valvas doende citeeren, Hij aanders, en sulks in conformite het voorbeelt van aandere Steden en Plaatsen in het Vereenigde Nederland, welke sulke ont=aarde menschen opentlijk laaten citeeren, om aanderen ten voorbeelde gestraft te worden.

Art: 7 Is goedgevonden, dat de kinderen van Jan Derks door de Br. Diakonen gekleet, en in de kost besteedet sullen worden: en dat ook desselfs huis bij gelegentheid verkogt sal worden.
[Jan kon zijn gezin onderhouden, maar door dronkenschap, een baldadig leven en het verlaten van zijn zwangere vrouw en kinderen, komt het gezin nu voor rekening van de kerk. De kinderen krijgen kleding van de kerk en zullen ondergebracht worden in andere gezinnen. Het huis zal verkocht worden]

3 maart 1717
Art. 3. Ad Art 5. Van den 3. Febr. Berigteden de Gecommittierde, dat hij schriftelijk de klagten van de Kerkenraad in judicio hadden overgegeeven, en dat daar op gevolgt was, een citatie van Jan Derks ad valvas om te compareren en sig te verantwoorden: waar bij de Rigter voegde, dat gemelde persoon hier weder koomende, geappretiendeert soude worden, meede voorleesende een request uit naame van het Gerigte aan de Edele Mogende Heeren H. Gedeputeerde Staten, daar heenen tenderende, dat gemelde Jan Derks in het Provinciale Tugthuis geplaast mogte worden. Op het tweede hadde de Rigter geantwoort; dat hij ten allen tijden aan de Kerkenraad vrijheid gaf om sijnen Wedman te mogen gebruiken om soodaanige persoonen te intimideren, gelijk hij ook dadelijk den Wedman ordonneerde, de Consistorie hijr in de hant te bieden, sondere naadere ordres af te wagten; edog dat hij ook verstond dat soodanige baldadige manspersoonen bij naamen genoemt mogten worden.

Art 10. Op het voorstel van de Boekhouder, is goedgevonden, dat men bij het Ed. Gerigte authorisatie sal versoeken, om de weinige meubilen van Jan Derks te mogen verkoopen, en het huis desselfs bij provisie te mogen verhuiren, tot dat ’t pleidooij over de naalatenschap van de weduwe van Menno Schultens sal sijn afgedaan.
[De regter heeft geoordeeld dat, mocht Jan terugkomen, hij naar het tuchthuis moet. De meubels worden verkocht, het huis verhuurd]

4 augustus 1718
Art. 12. Verder vraagde de Boekhouder advijs, of ’t huis van gemelde Jan Derks niet diende verkogt te worden, te meer, door dien gereede penningen soo nodig waren; is verstaan dat men ’t huis eens soude aanslaan, edog indien ’t niet hoog genoeg liep, daarmede soude wagten tot ’t aanstaande voorjaar.
[Er wordt besloten, na een vraag van de boekhouder, dat het huis verkocht moet worden. Mocht het bedrag niet hoog genoeg zijn, dan volgt verkoop in het voorjaar]

5 september 1725
Art:12 De Boekhouder stelde voor, dat Jan Derks, welke zijne kinderen hier voor de Diaconie hadde gelaaten, van de Kaap nu wedergekomen was, is beslooten, wijl de kerkvoogd Jan Harmens Saagman zijne vrienden te Amsterdam voor onze Diaconie de zaken hebben besorgt, dat hij verzogt zal worden eens te schrijven aan de Vrienden te Amsterdam om ook geld bij de kamer aldaar voor onze Diaconie te goede … zie art: 4 Consistorii de Anno 1717 den 3 Februarii
[Blijkbaar is Jan naar Kaap de Goede Hoop geweest en nu terug (in Amsterdam). De kerk in Amsterdam wordt aangeschreven voor geld]

Conclusie
Het was, in de tijd dat dit alles zich afspeelde, niet makkelijk om je eigen denkbeelden te volgen. Je werd verwacht in het gareel van de kerk te lopen, anders werd je ‘vermaand’. Andere gedachten werden niet geduld.

Voor Harmtjen is het, zo lijkt me, niet makkelijk geweest: een man, die drinkt, ‘baldadig’ is en (waarschijnlijk) heeft gezorgd voor ruzie in het gezin. Na het vertrek van Jan zijn de kinderen hoogstwaarschijnlijk onder gebracht (besteed) in andere gezinnen. Het huis en de inboedel is haar afgenomen. Hoe zal zij zich gered hebben?

Helaas is van haar of van de kinderen niet duidelijk wat er van geworden is.


  1. Wie heeft zijn zwangere vrouw en zes kinderen een paar weken geleden in de steek gelaten? De tijd zal leren of hij terugkeert. ↩︎

Bronnen:
http://www.allegroningers.nl (kerkenraadshandelingen Appingedam 1698-1716
en 1717-1741, algemeen doopboek Groningen 1676-1705)
– lidmatengroningen.nl
http://www.wikipedia.nl

Een gedachte over “Jan Derks steenmetselaar

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.