Bewoners van de Solwerderstraat 10 in Appingedam IV

Arent Tonkens en Margrieta van Weerden, pachters

Arent was één van de eigenaren een bierbrouwerij in de Dijkstraat of, zoals het destijds werd omschreven, “ten westen van de Sint Annastraat”. In “Vissen rond de Floem” staat vermeld op pagina 59:
62 Voor deze brouwerij staan in de achttiende eeuw te boek: Willem Tonkens (burgemeester, brouwer Tonkens, Hindrick Smit, Hindrick Isebrants, Jan Sywerts en Jan Cool. Op 26 oktober 1751 maken Lui Rinners en Hillegyn Tonkens te Vierhuizen, Arent Tonkens voor zich en als gevolgmachtigde van broer Bronno Tonkens, kinderen van overleden burgemeester Willem Tonkens en Geertruida Cleveringa, etc.

Op 26 december 1752 verkopen brouwer Arent Tonkens en Claas Abels, beiden gemachtigd door Eyldert Everts Rijpema een huis aan Lazarus Arents de jode en Fieke Abrahams, op Heer van Elderenborgs erfgenamen grond. Ten noorden de Delf [later Damsterdiep], ten oosten Tiaart Tammes, ten zuiden de de Dijkstraat, ten westen Jan Meertens.

Op 17 augustus 1758 verkopen Harmannus Westerop en Trijntje Hanekamp het pand aan de Solwerderstraat, liggend tussen Solwerderstraat 10 en de Vrouwenbrug, aan Brouwer Arent Tonkens en Margarieta van Weerden. Ten noorden de straat, ten oosten J. van der Ley, weduwe, ten zuiden de Delf, ten westen de opslag aan dit verkochte huis en bij de huizen van Enne Brontsema, Claes Abels en van de kopers behorende.

7 maart 1760 verpachten Lauwrens Jans Revers en Jantje Drieuws het pand Solwerderstraat 10 aan Arent Tonkens en Margaretha van Weerden op Ripperda van Elderenborgsgrond. Zie ook “Bewoners van de Solwerderstraat 10 in Appingedam III.

Familie Arent Tonkens

Arent is zoon van Frerijk Tonkes en Hilje Jans, getrouwd op 15 maart 1696 in Heveskes. Hij was de vierde zoon in het gezin, geboren op 11 december 1703, naast broers Willem (1697), Tonke (1699), Jan (1701) en Focke (1707). Het gezin woonde in ’t Loech in 1702.

Vader Frerijk is begraven op 24 februari 1708 in Heveskes. Zijn moeder leefde nog in 1713: 1711 Den 13 meert met attestatie van Schildwolde ge-
komen Sicke Roelefs, dienstknegt van Freerk Tonkes
weduwe (lidmatenregister).

Huwelijken Arent Tonkens

Het eerste huwelijk van Arent is gesloten op 8 januari 1730 in Appingedam, met Berentijn Baldringa. Hun enigst kind, Hilligjen, is waarschijnlijk jong overleden.

Arent ondertrouwt opnieuw op 20 juli, kerkelijke ingezegening vond plaats op 4 augustus 1744 in Appingedam met Margrieta van Weerden. Samen krijgen ze drie kinderen, allen gedoopt in Appingedam:
– Helena, gedoopt 9 april 1747
– Frerik, gedoopt 18 maart 1750, waarschijnlijk jong overleden
– Hilligien, gedoopt 15 december 1751

Arent overlijdt op 18 november 1783 in Appingedam, 79 jaar oud. In zijn leven is hij met meerdere beroepen vermeld: brouwer, schuttenrichter, boekhoudend diaken en burgermeester van Appingedam.
Zijn vrouw Margrieta, dochter van Jacobus en Helena van Weerden-Flek, overleed op 29 juni 1782 in Appingedam op 72-jarige leeftijd.

De kinderen

Dochter Helena trouwt met Arent Vos op 13 mei 1767 in Appingedam (ondertrouw 25 april 1767 in Groningen). Het echtpaar kreeg 14 kinderen. Helena overlijdt op 4 mei 1811. Arent is haar voorgegaan, hij overleed vóór 24 november 1809.

Dochter Hilligien stapt op 22 oktober 1769 in Appingedam in het huwelijksbootje met Albertus ten Oever. Zij gaan wonen in de Steentilstraat. Zij blijft daar wonen nadat Albertus overlijdt (begraven 5 oktober 1771 in Groningen). Hilligjen en Albertus hebben één dochter gehad, Alberta (zie boek Alberta ten Oever van Wouter van Riesen).
Hilligien hertrouwt met Pieter Grimminge, met wie ze vier kinderen krijgt.


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.lidmatengroningen.nl
http://www.groningerarchieven.nl
Alberta ten Oever, geschreven door Wouter van Riesen
Vissen rond de Floem, geschreven door A. Hoft

Grebber Bunk, bijzondere naam

Grebber

Een niet alledaagse naam, Grebber. Ik had mijn tante Dina (zus van mijn moeder) deze vaak horen noemen. Zij had contact met de familie Bunk, die later (gedeeltelijk?) in Smilde terecht kwam. Waarschijnlijk is de naam blijven hangen, aangezien ik deze voornaam verder nooit heb gehoord.
Waar komt ie vandaan?

Derk Bunk en Anje Visscher

Derk Bunk trouwt met Anje Visscher op 1 april 1871 in Scheemda.
Hij is boerenknecht, 26 jaar en geboren in Onstwerdermussel, gemeente Onstwedde in het gezin van Harm Derks Bunk en Jantje Hindriks Edens, arbeiders.

Anje Visscher is in 1871 een 22-jarige boerenmeid, geboren in Westerlee. Haar ouders heetten Grebber Jans Visscher, arbeider, en Hindrikje Hindriks Beijes.

Derk en Anje kregen de volgende kinderen:
– Harm, geboren 7 augustus 1871 Westerlee. Hij trouwt Geertruida Ufkes
uit Heiligerlee op 15 december 1898 in Scheemda. Na het
overlijden van Geertruida hertrouwd Harm met Willemke
Waslander (weduwe van Stoffer Henderik Zweep) op 21
september 1911 in Scheemda.
– Grebber, geboren 9 maart 1880 Westerlee. Zie hieronder

Anje overleed op 3 februari 1917 in Napels, gemeente Scheemda, ze was 68 jaar. Derk overleefde haar 6 jaar, hij sloot zijn ogen voor het laatst op 7 maart 1923 in Heiligerlee, op 78-jarige leeftijd.

Grebber Bunk

Grebber vindt zijn liefde in Albertje Oudekerk (zus van mijn oma) uit Midwolda. Hij is 25, zij 24 als ze op 16 november 1905 trouwen in Scheemda. Grebber is arbeider, zo is te lezen in de trouwakte. Beide ouders waren aanwezig bij de huwelijkssluiting.

Trouwakte Grebber en Albertje

Het gezin van Grebber en Antje

Zij kregen meerdere kinderen:
– Anje, geboren 23 februari 1906 in Westerlee, overleden 27 augustus 1925
in Scheemda
– Pieterdina, geboren 10 februari 1914 in Napels, gem Scheemda. Zij
trouwde Harm Koster op 5 juni 1940 in Midwolda.

Grebber, inmiddels grondwerker, overlijdt op 4 mei 1942 in Scheemda. Albertje verruilde het wereldse met het eeuwige op 5 juli 1966 in Winschoten.


De voornaam Grebber

We lazen eerder dat Anje Vischers vader Grebber heet. Ik heb de naam gevolgd in het voorgeslacht:

Grebber Bunk, geboren 9 maart 1880 in Westerlee, overleden 4 mei 1942 in Scheemda, zoon van Derk Bunk en Anje Visscher

Anje Visscher, geboren 31 mei 1848 in Westerlee, overleden 4 februari 1917 in Napels, dochter van Grebber Jans Visscher en Hindrikje Hindriks Beijes

Grebber Jans Vischer, geboren 25 maart 1814 in Winschoten, is de zoon van Albert Jans Vischer (koopman) en Wendel Grebbers

Wendel(ke) Grebbers (Burema), gedoopt 19 december 1783 in Winschoten, overleden 21 mei 1821 in Midwolda, dochter van Grebber Jans Burema en Anna Jans

Grebber Jans, overleden 26-8-1826 in Winschoten, circa 84 jaar oud, geboren te Westerlee, zoon van Jan Grebbers (begraven 7 juni 1763 in Winschoten) en Grietje Alber(t)s

Jan Grebberts (stadsmeier) trouwde Grietjen Alberts op 21 december 1738 in Westerlee/Heiligerlee. Ze kwamen met attestatie van Midwolda, Grietjes voormalige woonplaats. Jan kwam uit ’t Klooster Heiligerlee.
Twee dagen eerder, op 19 december 1738 hebben ze hun huwelijkscontract op laten maken in tegenwoordigheid van haar stiefvader, halfzuster en twee halfbroers en zijn schoonzuster Bielcke Harckes en halfzus Fockien Hindriks.


Helaas loopt hier het spoor dood. Er was eind 17e, begin 18e eeuw een Grebber Jan, gehuwd met Emme Harms. Zij woonden op het goed Goldhoorn, Oostwold. Mogelijk zijn dit voorouders van Jan Grebbers voornoemd, maar bewijzen heb ik hiervoor (tot nu toe) niet gevonden.


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl

Tante Knelske Kuipers

Knelske Kuipers uit Scheemda

Als klein meisje ben ik op een zondag beland bij tante Knelske, een oude dame, die mijn moeder kende. Toen had ik geen idee wat de band met deze vrouw was, maar bijzonder vond ik het bezoek wel.

Ze stond ons op te wachten op het pad naast haar huisje, een arbeidershuisje in Eexta in het Oldambt. Mooie tuin met veel bloemen, typische tuin, die paste bij de tijd (jaren 60-70).

Tante Knelske nam ons mee naar binnen: ik herinner mij de keuken met een zwart vierkant fornuis, waar kooltjes in moesten.

Kolenfornuis

Zij woonde alleen. Ze was getrouwd geweest met Jan Oudekerk op 19 mei 1910 in Scheemda. Jan was de zoon van Luitjen Oudekerk en Pieterdina Dijkhuis uit Midwolda en broer van mijn grootmoeder Geertruida. Knelske was een nazaat van Wiepke Kuipers, schipper, en Anna Bouman, geboren te Scheemda.

Ze werden op 2 maart 1913 verblijd met de geboorte van Luitjen Albert. Helaas mocht hij niet oud worden: op 18 februari 1919 overleed hij in Eexta. Voor zover ik gehoord heb, was de doodsoorzaak de Spaanse griep.

Jan is overleden op 2 januari 1915 in Utrecht.

Overlijdensakte Jan Oudekerk

Knelske heeft haar man en zoon ruim overleefd, ze overleed op 1 december 1984 op 98-jarige leeftijd. Ze is nimmer hertrouwd.


Bron:
http://www.wikipedia.nl
http://www.allegroningers.nl
http://www.hetutrechtsarchief.nl

Familie Quintus-Souffrouw


In De Sheboygan Nieuwsbode van 14 maart 1851 las ik het volgende bericht:

De Sheboygan Nieuwsbode 14 maart 1851

Catharina Wilhelmina Souffrouw werd geboren op 8 oktober 1824 in Oostburg, dochter van Pieter junior Souffrouw en Susanne Maria Bril. Vader Pieter is op 16 februari 1833 overleden in Sint Kruis, hij was broodbakker. Zijn vrouw ging door als winkelierster voor de nering. Zij hertrouwt met Abraham Johan Verdier en blijft in het Zeeuwse wonen.

Catharina Wilhelmina vertrok op 31 juli 1847 naar Noord Amerika, vanuit Oostburg, Zeeland, tezamen met de ongehuwde Pieter Souffrouw (geboren 3 maart 1820 in Oostburg, horlogemaker), Suzanna Souffrouw (geboren 9 augustus 1827 in Oostburg),), Abraham Souffrouw (geboren 5 december 1828 Oostburg). Pieter was in 1846 al eens vertrokken naar Noord Amerika.

Jacob Quintus

Jacob Quintus was op 4 augustus 1847 met een zeilschip vanuit Rotterdam vertrokken naar Noord Amerika, tezamen met zijn vrienden Frans van Driele, Johan A.S. Verdier, zijn neef Marten Luther d’Ooge (professor aan de Michigan Universiteit), en reisde door naar Buffalo, maar verhuisde al snel naar Sheboygan in Wisconson.

Jacob Quintus startte de krant De Sheboygan Nieuwsbode, dé krant voor de Hollanders in het verre land, Noord Amerika op 16 oktober 1849, om contact te houden met het oude vaderland, maar ook op de hoogte blijven van het nieuws uit de wereld en Noord Amerika. Het was de eerste Nederlandse krant in de USA, gelezen in Michigan, Iowa en veel steden.

Eerste uitgave van De Sheboygan Nieuwsbode

Jacob en Catharina

Jacob kent Catharina waarschijnlijk via zijn vriend Pieter Souffrouw. Ze zaten op het dezelfde schip, naar verluidt, dat hen naar het nieuwe land voerde.

Dochter Suzanna Maria is geboren in 1850, overleden in 1851. Op 2 februari 1854 wordt dochter Johanna Jacoba (grafsteen Jennie Johanna, overleden 1923) geboren in Sheboygan, gevolgd door John Chas (grafsteen John Charles, overleden 1921) op 8 oktober 1856. Volgens http://www.findagrave.com was er nog een zoon: Lucius H, geboren 1860, overleden 1861.

Jacob heeft een paspoort aangevraagd en gekregen in mei of juni van het jaar 1860:

Paspoort Jacob Quintus

We komen ze weer tegen in 1860 en 1870, toen ze woonden in Grand Rapids, ward 3, Kent, Michigan, tezamen met hun kinderen Jennie J en John C.

In 1880 staat Jacob in de census ingeschreven als “dealer in real estate”, makelaar in grond en panden.

In 1900 woont het echtpaar, volgens de volkstelling, op Precinct 2 Grand Rapids city Ward 3, Kent, Michigan, tezamen met dochter Jennie (46 jaar, geboren in Wisconsin), schoonzoon Arthur Hagelwood (61 jaar, geboren in Groot Brittanië) en de kleinkinderen Bert Q (24 jaar), Lillian K (22 jaar), Walter J (14 jaar) en de bediende August Hickstrim (25 jaar, geboren in Duitsland).

Catharina overlijdt in 1903.

Graf Catharina Wilhelmina Souffrouw

Jacob overlijdt op 22 februari 1906 in Plainwell.

Graf Jacob Quintus

Broers Catharina:
Pieter (Peter) Souffrouw

Peter kom ik in 1860 tegen, inwonend bij Susanna M Verdier, 59 jaar, geboren in Nederland (stiefzus?) en haar kinderen John A.S. (21) en Johanna J. Verdier (20). De kinderen zijn ook in Nederland geboren. Ze wonen op het adres 2nd Ward City of Sheboygan, Sheboygan in Wisconson. Vijf jaar later woont hij op Ward 1 in Sheboygan City in Sheboygan. Wisconsin. Hij is op 10 april 1878 met pensioen gegaan vanuit het leger.

Abraham Souffrouw

Abraham is op 1 juli 1857 getrouwd met Louisa Mullie, 5 jaar jonger dan hem. Ze krijgen de kinderen, allen geboren in Wisconsin:
– Katherine Susanna, 1858-1938
– Susan Wilhelmina, 1859-1947
– Louisa, geboren circa 1864
– Jeannette C., 1865-1935
– Abraham, 1867-1931
– Jacob A., 1870-1951
– Matilda, geboren circa 1872
– Edward A., 1874-1933
– Olive, 1876-1931
– Frederick, 1878-1946

Het gezin woont in 1880 in Plainfield, Kent, Michigan. Abraham is boer.

Abraham is overleden in 1902 in (waarschijnlijk) Plainfield in Michigan, zijn vrouw Louisa in 1913.


Bronnen:
http://www.dezb.nl
http://www.delpher.nl
http://www.findagrave.com
http://www.familysearch.com
http://www.zeeuwsarchief.nl

“Waar zijn Jan de Jonge en Adriana van Kerkfoort, met een kind?”

Advertentie

In de Sheboygan Nieuwsbode van 7 mei 1850, zo’n 170 jaar geleden uitgegeven, las ik het volgende bericht:

Sheboygan Nieuwsbode 7 mei 1850

Huwelijk

Voor het eerst kom ik Jan en Adriana tegen in Ellewoutsdijk, waar ze op 25 april 1844 in het huwelijk treden. Jan is arbeider en 22 jaar eerder geboren in Ellewoutsdijk op 10 augustus 1821. Adriana verdient de kost als dienstmeid, geboortig van Zaamslag. Zij is circa 4,5 jaar ouder dan Jan, geboren op 18 januari 1817.

Jan is de zoon van Jan en Martina de Jonge van den Berge, Adriana is een telg van Izak en Janna van Kerkvoort en Janna de Poorter.

Gezin

Het echtpaar werd op 1 mei 1845 verblijdt met de geboorte van Martina, in Ellewoutsdijk. Hun tweede dochter, Janna, geboren op 28 januari 1848 in Ellewoutsdijk, overlijdt, 6 weken oud, op 14 maart 1848.

Zoeker

De ondertekenaar van de advertentie, Jacobus de Jonge, was waarschijnlijk de 5 jaar oudere broer van Jan, geboren op 22 september 1816. Hij heeft de advertentie nog eens geplaatst / laten plaatsen op 23 mei 1850.

Emigratie

In het Zeeuws Archief is een afschrift te vinden van de emigratie registratie van jan de Jonge. Hij woont in Ellewoutsdijk, zo geeft hij op, i seen 29-jarige arbeider en Nederlands Hervormd. Met zijn vrouw en één kind wil hij naar Noord-Amerika in 1849 “ter verbetering van bestaan”.

Milwaukee

Ik vond het gezin terug, wonende op het adres 9th Ward Milwaukee City, Milwaukee in de staat Wisconsin in 1860.
Het gezin bestaat dan uit vader Jan, moeder Adriana, en de dochters Martina (15), Janna (11, geboren in Wisconsin), Geertruida (2) en Neeltje (0).

Grafsteen

Vermoedelijk zijn Jan en Adriana terechtgekomen in Grand Rapids, Michigan, waar ik (online) een grafsteen vond van Jan de Jonge, geboren 10 augustus 1821 en overleden 24 mei 1901.

Grafsteen Jan de Jonge

Helaas heb ik van de overige gezinsleden geen gegevens gevonden.


Bronnen:
http://www.delpher.nl
http://www.zeeuwsarchief.nl
http://www.familysearch.com
http://www.findagrave.com

Eltjo Siemens, Finsterwolde

Kerk en toren van Finsterwolde

De romanogotische kerk in Finsterwolde, genaamd Stefanuskerk, dateert van na 1586 (min of meer) zoals deze nu te zien is. Oorspronkelijk is de kerk gebouwd circa in 1275. Na een brand in 1586 is o.a. het kruis afgebroken en de kerk verlaagd.

De er vlakbij gelegen toren stamt uit 1822, met op de top een paard (i.p.v. een haan). Vroeger stond de brandweerkazerne naast de toren. De brandslangen werden in de toren te drogen gehangen nadat deze gebruikt waren.

Graf

Op het nabij gelegen kerkhof ligt een grafsteen van Eltjo Siemens, echtgenote van Trijntje Jager. Hij werd geboren op 26 mei 1898 in Finsterwolde, overleed op 31-jarige leeftijd in Winschoten op 29 mei 1929. Wat was er aan de hand, dat hij zo jong stierf?

Landarbeiderstaking

Maandag 27 mei 1929 was communist Van Burink uit Amsterdam gearriveerd en heeft een rede gehouden in Finsterwolde.

De volgende dag werden op vier plaatsen stenen gegooid naar boeren. Later op deze dag, de 28e mei, zo rond 22.30 uur, werd er ernstig verzet geboden door, aan de ene kant, de landarbeiders en, aan de andere kant, de gendarmes.
In de avond kwamen twee Hollanders, afkomstig uit Andijk, zaken doen in Finsterwolde en stapten, nietsvermoedend, af op hotel De Unie van de heer Huizinga. Ze werden door de stakende landarbeiders gezien als onderkruipers (mannen, die het werk van de stakers overnamen). Honderden mannen omsingelden het hotel, totdat al snel de straatstenen door de spiegelruiten van het hotel vlogen en de politie vervolgens een charge uitvoerde. Deze laatste gaf het commando:”Vuur!”

Het winkeltje van Glazenburg

Aan de overzijde van de straat stond Eltjo Siemens (zijn vrouw was net naar huis gegaan, Eltjo wou nog even aanzien wat er gebeurde) bij de winkel van Glazenburg en schoot hij het winkeltje in toen het schieten begon. Een kogel ging door de ruit en een gordijntje en via een zuurtjesfles bereikte het ding Eltjo. Hij werd geraakt in de buik en werd direct vervoerd naar het ziekenhuis in Winschoten.

Het schijnt, zo staat vermeld in de Leeuwarder Courant van 10 maart 1984, dat de lokale arts Wiersma, toen hij bij de gewonden werd geroepen, eerst informeerde wie de rekening zou betalen. De burgemeester gaf aan dat de rekening naar de gemeente mocht, waarna de arts bereid was te helpen.

De volgende morgen was zijn toestand ernstig, zo vermelde het Nieuwsblad van het Noorden op 29 mei 1929. In de loop van de middag is Eltjo overleden.

Vrouw Schuur, echtgenote van één van de arbeiders, werd in de voet getroffen, de heer Engbers kreeg een kogel in de schouder. Wachtmeester van der Jacht was in zijn been gestoken.

In de nacht, rond 04.00 uur, kwam vanuit Groningen versterking viertal marechaussees. Nadat het de 29e mei rustig bleef zijn ze later die dag teruggekeerd naar Groningen.

Burgermeester J. Roelofs Ezn heeft alle samenscholingen van meer dan 5 personen verboden, met onmiddellijke ingang. Een uitzondering werd afgegeven voor 3 juni 1929, de dag dat Eltjo werd begraven.


Grafsteen van Eltjo Siemens
Grafsteen van Eltjo Siemens

Wat gebeurde er verder?

In Het Volk van 4 juni 1929 is vermeld:



Wat gebeurde er de rest van de nacht van 28 op 29 mei 1929?

Hieronder een verslag, zoals vermeld in de krant Het Volk van 7 juni 1929.



Gegevens omtrent Eltjo Siemens en Trijntje Jager

Eltjo werd op 26 mei 1898 te Finsterwolde geboren in het gezin van Joost (dagloner) en Anna Siemens-Principaal als 9e en jongste kind. Twee kinderen waren jong overleden. Joost overleed op 20 december 1927, Anna sloot haar ogen op 23 februari 1942, beiden overleden in Finsterwolde.

Eltjo trouwde op 20 oktober 1921 in Scheemda Trijntje Jager, de 18 jarige dochter van Kornelius (voerman) en Hillechien Jager-de Gries. Of er kinderen geboren zijn in dit gezin, heb ik op de website http://www.allegroningers.nl niet kunnen ontdekken.

Trijntje hertrouwd op 18 oktober 1930 in Wedde met Jan Hekman, een 33-jarige machinist, die weduwnaar van Annichje Broekman is.


Bronnen:
http://www.delpher.nl
http://www.allegroningers.nl

Bewoners van de Solwerderstraat 10 in Appingedam III

Lauwrens Jans Revers en Jantje Drieuws

De derde (bekende) bewoners van nummer 10 zijn Lauwrens Jans Revers en Jantje Drieuws. Wanneer zij het pand betrokken is niet bekend, wel dat op 7 maart 1760 het werd verpacht aan Arent Tonkens en Margaretha van Weerden (Bewoners van de Solwerderstraat 10 in Appingedam IV).

Parenteel Lauwrens en Jantje

Generatie I

I.               Laurens Jans, te Appingedam op 4 mrt 1751, ovl. te Appingedam
voor 2 nov 1780.
                
Verkoopt te Appingedam op 8 jan 1760

Op 8 januari 1760 verkochten Lauwerens Jan Revers en Jantje Drieuwes een pand aan de Broerstraat aan Jacob Martens. Ten noorden J.H. Schaeder, ten oosten de Broerstraat, ten zuiden en westen Jan Claasen en de Heer Schaeder.

Koopt te Appingedam op 30 nov 1779

Op 30 november 1779 verkoopt Jacob Frima aan Laurens Revers en Jantie Drieuws een behuizing. Ten noorden de gang van Jurrien Jentsema, ten oosten het Gouden Pand, ten zuiden juffrouw Lulofs, ten westen de mandelige gang.

Verkoopt te Appingedam op 2 nov 1780

Op 2 november 1780 verkoopt Jantje Drieuwes, weduwe van Laurens Jans, aan haar kinderen Albert Drijfhamer en Maria Lauwerens Revers de behuizing in het Gouden Pand (kerkgrond). Ten noorden de gang van Jurrien Jentsema, ten oosten het Gouden Pand, ten zuiden Okke Jacobs, ten westen de mandelige gang.

Otr. te Zandeweer op 1 mei 1746 Laurens Jans van ’t Zandt en Jantjen Dreeuwes van Zandeweer met Jantjen Dreeuwes, geloofsbevestiging te Appingedam op 7 dec 1752.

Uit deze relatie 3 kinderen:
1.              Jannes, ged. te Delfzijl op 30 mrt 1747.
2.              Geertje Louwrens Revers, ged. te Appingedam op 26 jan 1749,
                 ovl. (ongeveer 28 jaar oud) te Appingedam in aug 1777, volgt IIa.
3.              Maria Laurens Revers, ged. te Appingedam op 23 feb 1755,
volgt IIb.

Generatie II

IIa.            Geertje Louwrens Revers, dr. van Laurens Jans (I) en Jantjen
Dreeuwes, ged. te Appingedam op 26 jan 1749, te Appingedam
op 5 dec 1771, ovl. (ongeveer 28 jaar oud) te Appingedam in
aug 1777, trouwt met Jacob Frima.
kerk.huw. HC 17 augustus 1773 in Appingedam.

                 Aanwezig bij het opmaken van het huwelijkscontract te
Appingedam op 17 aug 1773

                 Aanwezig bruidszijde: Lauwerens Jans Reders, vader, Jantjen
Drieuws, moeder, Maria Lauwrens, zuster, Ettijn Jans, moeij,
Jacob Claasen, aangetrouwde oom, Hillegijn Allershof, nicht.

                 Aanwezig bruidegomszijde: Frouke Frijma, zuster, Derk Geutjes,
dedigsman, Jacob Ogiers, dedigsman.

                 Koopt te Appingedam op 22 jan 1774

                 Koopman Boele Knijpinga en Catharina Tebbens verkopen aan
Jacob Fryma en Geertje Laurens Revers een huis ten westen van
het Gouden Pand op Damster kerkgrond. Ten noorden de gang
         van Jurrien Jentsema, ten westen Gouden Pand, ten zuiden
Roelof Vos, ten westen de mandelige gang.

                  Verkoopt te Appingedam op 30 nov 1779

                 Op 30 november 1779 verkoopt Jacob Frima aan Laurens Revers
en Jantie Drieuws een behuizing. Ten noorden de gang van
Jurrien Jentsema, ten oosten het Gouden Pand, ten zuiden
juffrouw Lulofs, ten westen de mandelige gang.

                 Uit deze relatie 3 kinderen:
1.              Jantien, ged. te Appingedam op 16 okt 1776.
2.              Trijntien, ged. te Appingedam op 16 okt 1776.
3.              Reinder, ged. te Appingedam op 6 jul 1774.

IIb.            Maria Laurens Revers, dr. van Laurens Jans (I) en Jantjen
Dreeuwes, ged. te Appingedam op 23 feb 1755, ovl. te
Appingedam op 10 mrt 1774, otr. te Appingedam op 27 feb 1780,                  kerk.huw. (ongeveer 25 jaar oud) te Appingedam op 15 mrt 1780
Albert Drijfhamer en Maria Lauwerens Revers, beide van
Appingedam, haar Eerste Proclamatie den 27 Februarij 1780,
2de den 5 Maart 3de den 12 dito En Gecopuleerd den 15 Dito.

                 koopt te Appingedam op 2 nov 1780

                 Op 2 november 1780 verkoopt Jantje Drieuwes, weduwe van
Laurens Jans, aan haar kinderen Albert Drijfhamer en Maria
Lauwerens Revers de behuizing in het Gouden Pand
(kerkgrond). Ten noorden de gang van Jurrien Jentsema, ten
oosten het Gouden Pand, ten zuiden Okke Jacobs, ten westen de
mandelige gang.

                  Verkoopt te Appingedam op 31 mei 1791

                 Op 31 mei 1791 verkopen Albert Drijfhamer en Maria
Lauwerens Revers aan Harm Jacobus Friesema en Anna Jacobus
de behuizing in het Gouden Pand. Ten noorden Jurrien
Jentsema, ten oosten de straat, ten zuiden Okko Jacobs, ten
westen de mandelige gang.

                 met Albert Drijfhamer, verver, glasemaker.

                 Uit dit huwelijk 7 kinderen:
1.              Rieuwen Alberts Drijfhamer, ged. te Appingedam op
29 nov 1780, zilversmitsgezel, blikslager, ovl. (ongeveer 59 jaar
oud) te Appingedam op 26 sep 1840

tr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 33 jaar oud) (1) te Groningen
op 22 dec 1816 met Fennigjen Franssen de Wit, ged. te
Veendam op 29 jun 1783, tappersche, winkeliersche.

tr. (resp. ongeveer 49 en ongeveer 40 jaar oud) (2) te
Appingedam op 5 mei 1830

                 met Rixjen Klaasens Drijfhamer, ged. te Appingedam op
10 feb 1790, naaister.

2.              Jantjen, ged. te Appingedam op 17 mrt 1784.

3.              Louwrens, ged. te Appingedam op 10 mei 1786.

4.              Albertien Drijfhamer, ged. te Appingedam op 28 sep 1788,                  dienstmeid, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Groningen op
21 feb 1845, tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 26 jaar oud) (1) te
Groningen op 22 mei 1814 met Jannes Kamphuis, ged. te
Groningen op 22 jun 1787, koornmeter.

                 tr. (resp. ongeveer 38 en 52 jaar oud) (2) te Groningen op
23 sep 1827 met Jacobus Hartman, geb. te Rensumageest op
10 nov 1774, wagenmaker.

                 tr. (resp. ongeveer 50 en ongeveer 61 jaar oud) (3) te Groningen
op 30 sep 1838 met Fredrik Jans Smit, ged. te Groningen op
3 aug 1777, kleermakersknecht.

5.              Louwrens Alberts Drijfhamer, ged. te Appingedam op
4 mei 1791, blikslager, ovl. (ongeveer 32 jaar oud) te
Appingedam op 16 mei 1823, tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer
22 jaar oud) te Appingedam op 24 jul 1814 met Janna Engberts
Schuirman, geb. te Groningen circa 1792, naaijster.

6.              Petronella, ged. te Appingedam op 22 okt 1794.

7.              Geertje Alberts Drijfhamer, ged. te Appingedam op
30 apr 1797, naaister, tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 29 jaar
oud) te Appingedam op 8 mei 1818 met Pieter Heeres Jongman,
                 ged. te Garrelsweer op 5 okt 1788, timmerman.


Bronnen:
– Vissen rond de Floem door A. Hoft
http://www.allegroningers.nl

Derk Oosterheert

Voor WWII

Derk werd in 1917 als zoon van Hindrik en Zwaantje Cornelia Oosterheert – Prummel.

Hindrik (26) en Zwaantje (28) trouwden op 2 juli 1910 in Veendam. Hindrik verdiende de kost als pianostemmer, later als pianohandelaar en koopman.
Ze kregen de volgende kinderen:
Theo Johan, geboren 21 december 1915 in Groningen
Derk, geboren 13 april 1917 in Groningen

Hindrik en Zwaantje scheidden op 18 februari 1925.

Theo (bouwkundig opzichter) trouwt Marijke Schilderop op 18 december 1942 in Groningen. Theo overlijdt op 31 januari 1967 in Groningen, waar hij werkte als architect.

Derk (verkoper) stapt in het huwelijksbootje met Margaretha Hermina de Jonge op 26 mei 1944 in Groningen.

Moeder Zwaantje Cornelia overlijdt op 4 april 1963 in Groningen.

Derk Oosterheert

Hij werkte als chef van de maatafdeling bij Peek & Cloppenburg. Samen met zijn vrouw woonde hij in de Bankastraat op nummer 10a.

Bankastraat, Groningen

Daarnaast was Derk in de oorlog lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (L.O.). Deze organisatie is eind 1942 opgericht door Tante Riek (mevrouw Kuipers-Rietberg) en Ds Slomp. Veel verzetsgroepen hebben zich aangesloten bij de L.O.

Dat zijn ondergronds werk gevaarlijk was, zal hij ongetwijfeld geweten hebben. Hij werd opgepakt op 13 juni 1944 en een maand later zat hij in Kamp Amersfoort, dat lag aan de zuidrand van Amersfoort (vlakbij Leusden). In eerste instantie was het een kazerne, maar in 1941 werd het een transitkamp (Durchgangslager) voor doorsturen van gevangenen naar Duitsland.

Derk werd begin oktober 1944 naar Meppen, Duitsland, overgebracht. Uiteindelijk kwam hij terecht in concentratiekamp Bergen-Belsen, waar hij stierf op 9 februari 1945.

Concentratiekamp Bergen-Belsen

Bergen-Belsen was een concentratiekamp in de buurt van Hannover, Duitsland. In eerste instantie was het een kazerne met oefenterrein (vanaf 1935), sinds juni 1940 werd het oefenterrein gebruikt als krijgsgevangenkamp. Vele Russen, Polen, Belgen en Fransen, verzetsstrijders en Joden uit heel Europa hebben hier gezeten, veelal overleden aan dysenterie en vlektyfus, veroorzaakt door de erbarmelijke omstandigheden (open lucht, geen sanitaire voorzieningen, zelfgemaakte tenten en kuilen in de grond).

Sinds 1943 is het kamp overgenomen door de S.S. (paramilitaire organisatie van de Nazi’s en werd het een concentratiekamp. Tot de bevrijding in 1945 zaten er voornamelijk krijgsgevangenen en Joden. Velen stierven door ziekte, ondervoeding en uitputting. In de laatste maanden van de oorlog, van januari tot april 1945 stierven circa 35.000 mensen in het kamp. In totaal zijn in dit kamp meer dan 70.000 mensen omgekomen.

Het kamp werd na de oorlog platgebrand i.v.m. het hoge risico op besmetting met tyfus en de vele aanwezige luizen.

Opdat wij nooit vergeten…


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.verzetsmuseum.org
http://www.geni.com
http://www.wikipedia.org

Groß Rosen, concentratiekamp

Concentratiekamp

Groß Rosen was een concentratiekamp in het huidige Polen, destijds Duitsland. In eerste instantie (1940) was het een satellietkamp, maar een jaar later werd het kamp een concentratiekamp, omdat in de omgeving veel graniet te winnen was, dat nodig was voor een nieuwe hoofdstad, Germania.

In 1942 werd het een Nacht- und Nebelkamp, een kamp om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen, ingesteld door Wilhelm Keitel (Chef des Oberkommando der Wehrmacht).

Veel mensen stierven binnen enkele weken vanwege de erbarmelijke omstandigheden. Er was weinig te eten en het werk was zeer zwaar. Als men te zwak was om te werken (uitgemergeld en slechts 40 kg wegend), ging men op transport naar Dachau (met de zgn.Invalidentransporten).

Sinds 1943 zijn honderden Nederlandse Joden om het leven gekomen in Groß Rosen. Aan het eind van de oorlog werden gevangenen uit andere kampen geëvacueerd naar Groß Rosen, zoals vanuit Auschwitz.

Het werk dat moest worden gedaan, bestond uit het werken in de steengroeve, in de werkplaats van Siemens (in het kamp) en Blaupunkt en in de weverij. In de weverij waren ploegen werkzaam, die elk 12 uur duurden, vooral de verzwakte gevangenen moesten hier werken.

Nederlandse Joden

Op 7 februari 1945 stierven de Groningers in (de omgeving van) Groß Rosen:
Ludwig Roth, geboren 1900
Mozes Leezer, geboren 1925
Samuel Kisch, geboren 1910
Salomon Cohen, geboren 1916
Simon Levi Gans, geboren 1922
Mozes Alexander van Dam, geboren 1915
David de Jonge, geboren 1925
Philip Broekema, geboren 1911
Noach de Jonge, geboren 1898
Izak Cohen, geboren 1890
Adolf Henri van Kollem, geboren 1913
Salomon de Jonge, geboren 1923
Benjamin de Beer, geboren 1921
Meier Behr, geboren 1923
Abraham Israël, geboren 1916

Opdat wij niet vergeten…


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.wikipedia.nl

Pieter van Dijk, 6 februari 1945

Hilversum

Pieter werd geboren in Hilversum op 26 april 1922, zijn ouders waren Pieter en Clazina Hendrika van Dijk – Cirkel.

Pieter had twee zussen; Hester (1917-1994) en Ina (1926-1930).

Vader Pieter overleed in 1968, moeder Clazina vijf jaar eerder in 1963.

Pieter

Pieter woonde aan de Havenstraat 13 in Hilversum.

Pieter maakte, als radiotechnicus, deel uit van de Knokploeg van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (L.O.). In 1945 was hij ondergedoken in Uithuizermeeden, bij leden van de locale verzetsgroep, waaronder gemeenteambtenaar Sietse Bergsma, onderwijzer Willem Nienhuis en Bene Roelf Westerdijk. In de boerderij aan de Dwarsweg, waar de mannen verbleven, waren wapens en een radiozendinstallatie verborgen.

Tijdens een razzia op 6 februari 1945 werden de mannen opgepakt door de Duitsers, nadat er geruchten in het dorp waren verspreid. Rond 17.00 uur werd de boerderij omsingeld, waarna een inval plaats vond. Pieter, Gerrit Bakker (uit Eindhoven) en Bene Roelf hebben geprobeerd te vluchten, al schietend.

Pieter bereikte de eendenkooi aan de Meneersweg, maar werd daar opgespoord en doodgeschoten. Gerrit en Bene Roelf werden zwaargewond naar Groningen overgebracht, waarna ze, waarschijnlijk, zijn doodgeschoten in het bosgebied in de buurt van Norg.

In Hilversum is een straat terug te vinden, die de naam Van Dijkstraat draagt, opgedragen aan Pieter.


Bronnen:
http://www.hilversum.genwiki.net
http://www.allegroningers.nl
http://www.groningen4045.nl
http://www.books.google.co.uk