Jan Koop Sjoerts, torenwachter van de Martinitoren van 1890 tot 1922

Torenwachtersfunctie op de Martinitoren in Groningen

Jan Sjoerts is begonnen als brandwacht 1ste klasse bij de brandweer, later was hij de koetsier bij deze dienst. Later is hij meer dan 30 jaar de hoogste ingezetene van de stad geweest, vooral in de nachtelijke uren. Rond 22.00 uur beklom hij de 227 treden van de toren en hield tot circa 6.00 uur de wacht over de stad in een klein kamertje, vlak boven de (destijds) blauwe wijzerplaat, op circa 50 meter hoogte. Hier kon hij vier keer tien minuten per uur knutselen. Hij zaagde schilderijen van hout uit en beeldhouwde deze later. Elk kwartier blies hij vier keer op zijn trompet om te melden dat het veilig was. Soms vroor de trompet, bij strenge vorst, vast aan zijn lippen. Daarnaast beklom hij gemiddeld 3 keer per dag de toren om bezoekers te begeleiden.

Jan Koop Sjoerts, torenwachter

Bij brand in Groningen waarschuwde hij de brandweer, in eerste instantie via een spreekbuis. Hij meldde zich elke avond via de spreekbuis bij aanvang van zijn werk. “Ben present, hoor!”, was er dan steevast te horen. In de ochtend meldde hij zich weer af. Als hij rook zag vloog hij naar de spreekbuis, later de telefoon, en werd de brandweer ingelicht.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was er bijna niet aan petroleum te komen, iets wat hij nodig had voor zijn lantaarn. Kort na de oorlog werd er elektrisch licht aangelegd in zijn kamertje. De spreekbuis is vervangen door een telefonische verbinding.

Jan Koop werd op 1 november 1931 eervol ontslag verleend, zijn rustige pensioen jaren begonnen.

Jan Koop blaast de trompet vier keer per uur

Hij woonde na zijn pensioen in de Turfstraat op nr 4, een klein huisje vlakbij de Martinitoren, tezamen met zijn dochter Gebina. Hij had een afzonderlijke werkkamer, waar hij na zijn pensioen knutselde. In de tuin achter het huis had hij van oude gasbuizen een fonteinenstelsel gemaakt, met verschillende spuitende beeldjes (zoals Manneke Pis). Ook een waterval ontbrak niet. Naast kippen en duiven was hij verder druk met bloemen en planten, vooral bijzondere. In 1935 werd hij ontving hij de zilveren eremedaille, verbonden aan de orde van Oranje-Nassau. Hij heeft 18 jaar van zijn pensioen mogen genieten. Jan Koop had 11 kleinkinderen.

1934 Torenwachter Sjoerts 80 jaar

De trompet is op de schoorsteenmantel van het kantoor van de brandweercommandant terecht gekomen, nadat hij een tijdlang in de requisietenbergplaats van de Stadsschouwburg heeft gelegen.

Ouderlijk gezin Jan Koop Sjoerts

Jan werd geboren als één na jongste kind van Meindert Meinderts Sjoerts en Geesjen van Sluizen, die getrouwd zijn in Groningen op 11 november 1832.
Hun gezin bestond uit (allen geboren en overleden in Groningen, tenzij anders vermeld):
1 Hindrik, geb. 13-02-1834, ovl. 10-05-1870, tr. Hillechien Wichers
2 Jan, geb. 30-03-1836, ovl. 22-12-1873 (arbeider), tr. Klaasje Olefs van der Werff
3 Neeltje, geb. 18-09-1837, ovl. 18-09-1895, tr. Gerhard Pieter de Witt
4 Meindert, geb. 10-02-1840, ovl. 29-01-1864 (apothekersknecht), ongehuwd
5 Klaas, geb. 25-11-1841, ovl. 11-02-1897 (veedrijver), tr. Hiltje Hindrik Timmer
6 Martinus, geb. 19-09-1843, ovl. 06-06-1862, ongehuwd
7 Aaldrik, geb. 23-08-1846, ovl. 01-05-1886 Rozenburg, tr Margrieta van der Wal
8 Metje, geb. 12-08-1848, ovl. 11-01-1875, tr. Christoffer Harm Welbergen
9 Jan, geb. 14-10-1850, ovl. 06-01-1851
10 Geesjen, geb. 07-09-1852, ovl. 10-10-1853
11 Jan Koop, geb. 23-09-1854, ovl. 14-02-1941 (torenwachter)
12 Albertus, geb. 11-04-1857, ovl. 24-05-1858

Twee opmerkelijke feiten: alle kinderen hebben één voornaam en allen zijn overleden in de 19e eeuw, behalve Jan Koop.

Martinitoren Groningen

Jan Koop en Riemkje Sjoerts – Koenes

Op 9 mei 1875 trouwen in Groningen Jan Koop en zijn geliefde Riemkje. Zij is geboren op 10 juni 1847 in Groningen en was daarmee 7 jaar ouder dan Jan.

Hun kinderen waren (allen geboren en overleden in Groningen, tenzij anders vermeld):
1 Gesina, geb. 18-01-1878, ovl. 20-01-1958 in Assen, tr. Reinje La Hei (schoenmaker)
op 10 mei 1906 in Groningen, ovl. 08-04-1937 in Haren. Zij kregen 4 kinderen: Anje
(1907), Jan Koop (1908), Riemkje (1912) en Jan (1913).

2. Hillechien, geb. 28-02-1879, ovl. 17-10-1958 Haren, tr. Harmannus Jozephus de
Vries (kleermaker/suppoost), geb. 19-07-1878, ovl. 17-10-1950. Zij kregen 5
kinderen: Wessel (1903), Jan Koop (1904), Riemkje (1906), Christina Gebina Jantina
(1911) en Gebina (1917).

3 Gebina, geb. 27-09-1881 ovl. 02-07-1959, ongehuwd.

4 Neeltje, geb. 28-04-1883, ovl. 13-11-1922, tr. Johannes Roffel (arbeider) op
01-11-1915. Johannes overleed op 25-07-1916. Zij kregen geen kinderen.

5 Jan Koop, agent van politie, geb. 02-01-1886, ovl. 03-02-1967, tr. 15-07-1909 met
Grietje Jacoba Holwerda, ovl. 13-07-1958. Zij krijgen 2 kinderen: Rensina Frederika
(1910) en Jan Koop (1914)

6 Jantina Meinderdina, geb. 11-06-1889, ovl. 13-03-1891


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.delpher.nl
http://www.wikipedia.nl
http://www.alledrenten.nl

Eltjo Siemens, Finsterwolde

Onlusten

In deze tijd van onlusten en onvrede moest ik aan onderstaand bericht denken, onlusten in 1929, nu 92 jaar geleden. Daarom plaats ik nogmaals dit bericht. Onvrede is van alle tijden.

Kerk en toren van Finsterwolde

De romanogotische kerk in Finsterwolde, genaamd Stefanuskerk, dateert van na 1586 (min of meer) zoals deze nu te zien is. Oorspronkelijk is de kerk gebouwd circa in 1275. Na een brand in 1586 is o.a. het kruis afgebroken en de kerk verlaagd.

De er vlakbij gelegen toren stamt uit 1822, met op de top een paard (i.p.v. een haan). Vroeger stond de brandweerkazerne naast de toren. De brandslangen werden in de toren te drogen gehangen nadat deze gebruikt waren.

Graf

Op het nabij gelegen kerkhof ligt een grafsteen van Eltjo Siemens, echtgenote van Trijntje Jager. Hij werd geboren op 26 mei 1898 in Finsterwolde, overleed op 31-jarige leeftijd in Winschoten op 29 mei 1929. Wat was er aan de hand, dat hij zo jong stierf?

Landarbeiderstaking

Maandag 27 mei 1929 was communist Van Burink uit Amsterdam gearriveerd en heeft een rede gehouden in Finsterwolde.

De volgende dag werden op vier plaatsen stenen gegooid naar boeren. Later op deze dag, de 28e mei, zo rond 22.30 uur, werd er ernstig verzet geboden door, aan de ene kant, de landarbeiders en, aan de andere kant, de gendarmes.
In de avond kwamen twee Hollanders, afkomstig uit Andijk, zaken doen in Finsterwolde en stapten, nietsvermoedend, af op hotel De Unie van de heer Huizinga. Ze werden door de stakende landarbeiders gezien als onderkruipers (mannen, die het werk van de stakers overnamen). Honderden mannen omsingelden het hotel, totdat al snel de straatstenen door de spiegelruiten van het hotel vlogen en de politie vervolgens een charge uitvoerde. Deze laatste gaf het commando:”Vuur!”

Het winkeltje van Glazenburg

Aan de overzijde van de straat stond Eltjo Siemens (zijn vrouw was net naar huis gegaan, Eltjo wou nog even aanzien wat er gebeurde) bij de winkel van Glazenburg en schoot hij het winkeltje in toen het schieten begon. Een kogel ging door de ruit en een gordijntje en via een zuurtjesfles bereikte het ding Eltjo. Hij werd geraakt in de buik en werd direct vervoerd naar het ziekenhuis in Winschoten.

Het schijnt, zo staat vermeld in de Leeuwarder Courant van 10 maart 1984, dat de lokale arts Wiersma, toen hij bij de gewonden werd geroepen, eerst informeerde wie de rekening zou betalen. De burgemeester gaf aan dat de rekening naar de gemeente mocht, waarna de arts bereid was te helpen.

De volgende morgen was zijn toestand ernstig, zo vermelde het Nieuwsblad van het Noorden op 29 mei 1929. In de loop van de middag is Eltjo overleden.

Vrouw Schuur, echtgenote van één van de arbeiders, werd in de voet getroffen, de heer Engbers kreeg een kogel in de schouder. Wachtmeester van der Jacht was in zijn been gestoken.

In de nacht, rond 04.00 uur, kwam vanuit Groningen versterking viertal marechaussees. Nadat het de 29e mei rustig bleef zijn ze later die dag teruggekeerd naar Groningen.

Burgermeester J. Roelofs Ezn heeft alle samenscholingen van meer dan 5 personen verboden, met onmiddellijke ingang. Een uitzondering werd afgegeven voor 3 juni 1929, de dag dat Eltjo werd begraven.


Grafsteen van Eltjo Siemens
Grafsteen van Eltjo Siemens

Wat gebeurde er verder?

In Het Volk van 4 juni 1929 is vermeld:



Wat gebeurde er de rest van de nacht van 28 op 29 mei 1929?

Hieronder een verslag, zoals vermeld in de krant Het Volk van 7 juni 1929.



Gegevens omtrent Eltjo Siemens en Trijntje Jager

Eltjo werd op 26 mei 1898 te Finsterwolde geboren in het gezin van Joost (dagloner) en Anna Siemens-Principaal als 9e en jongste kind. Twee kinderen waren jong overleden. Joost overleed op 20 december 1927, Anna sloot haar ogen op 23 februari 1942, beiden overleden in Finsterwolde.

Eltjo trouwde op 20 oktober 1921 in Scheemda Trijntje Jager, de 18 jarige dochter van Kornelius (voerman) en Hillechien Jager-de Gries. Of er kinderen geboren zijn in dit gezin, heb ik op de website http://www.allegroningers.nl niet kunnen ontdekken.

Trijntje hertrouwd op 18 oktober 1930 in Wedde met Jan Hekman, een 33-jarige machinist, die weduwnaar van Annichje Broekman is.


Bronnen:
http://www.delpher.nl
http://www.allegroningers.nl

Jan van Weerden en Christina Smiths, een bijzondere trouwinschrijving in Brakel

Brakel, 13 september 1748

Bij het zoeken naar voorouders van een bekende kwam ik onderstaande inschrijving in. Onder elke foto staat een getypte versie.

Voorwaarden

“Ik ondergeschrevene belove hier voor het alsiende oog van de Hooggedugte en RegtVeerdige Godt nimmermeer eenige acties of bijgelovigheden van den roomse Godsdienst te maken, te doen of te geloven, nog hijmelijk nog openbaarlijk, maar gaan af den roomse Godsdienst en kerke, als een Godsdienst opgevult met valse wonderwerken en leeringen ja ook overleveringen des mensen. En omhelsen met all mijn Hert opregtelijk en ongedwonge de Gereformeerde Godsdienst en Kerke om daar inne te leve en te steven, hopende en biddende dat Godt mij de genade sal verlene om een waragtig lidmaat van de ware Gereformeerde religie en dies volgens Christi Kerke te mogen zijn. en beloven tot den eijnde neerstig in de Gereformeerde Kerke te kome en ook te leeren en mij te laten onderwijsen in de leeren der Gereformeerde religie.
En ten blijke van de suijverhijt mijnes voornemens en verfoejing des roomsche Godsdienst, soo doe mij

Vervolg voorwaarden

Godt alle oordelen en tegenspoeden in mijn aangegane huwelijk ontmoeten en ik lade op mij alle de gedreijde oordelen en straffen die Godt in sijn Hijlig woord bedreijgt over mij naar Ziel en lighaam soo hier in de tijd als hier namaals eewiglijk, indien ik ooijt den Gereformeerde Godsdienst verlaten en soo doende den Heere Jesus verlochenen, Godt hoop ik maake mij getrou’ en stantvastig tot den eijnde toe opdat ik Sijne regtveerdige toorn niet mag op mij laden en ten blijke van de suijvere geneigtheijt mijne herte soo heb ik de selve eijgenhandig ondertekent actum Brakel den 13 7ber [lees: september] 1748. Dit merk x stelt Christina Smiths Getuijgende niet te konnen schrijven in mijn presentie
A. Drupper

Wij ondergeschrevene lieden geloven het is(?) te Jan van Weerde en Christina Smits naar Loevesteijn met ter woon te vertrekken, indien Christina Smits mijn vrou swanger mogte worden, ten eijnde daar te kind of kinderen geboren en gedoopt mogen worden ter ontlasting van de diakonij arme van

Vervolg voorwaarden en trouwinschrijving

Brakel, en indien wij bevonden mogten worde in onse belofte trouloos te wesen van het selve niet na te komen, dat onse kinderen voor geen inboorlingen gerekent moge worden van Brakel, en sullen den Predikant ook nimmer lastig vallen om het kind of kinderen te dopen, maar vastelijk bevindende met kinderen te sullen gezegent worden van Godt, naar Loevesteijn sullen gaen wonen als soldaat dier Compagnij. actum Brakel den 13 7ber 1748
Dit merk X stelt Jan van Weerden betuijgende niet te konnen schrijven
Dit merk + stelt Christina Smiths in mij present
A. Drupper

Ano 1748 Den 13 7ber: sijn daar op in ondertrou opgenomen Jan van Weerden J:M: [lees: jonge man] geb. alhier en soldaet in de Compagnie van den Collonel Hardenbroek tot Loevesteijn met Christina Smits J:D: [lees: jonge dochter] geb. tot Dusseldorp en wonende alhier.

Jan van Weerden en Christina Smit(h)s

Jan en Christina trouwen in Brakel op 13 september 1748. Anderhalf jaar later laten ze hun kind Jenneke dopen in Brakel, t.w. op 15 februari 1750. Achter haar doopinschrijving staat “obiit” vermeld, dat houdt in dat het kind overleden is.

Doopinschrijving Jenneke 1750

Ondanks verder onderzoek in diverse archieven naar Jan van Weerden en Christina Smit(h)s zijn er geen sporen meer gevonden van dit echtpaar.

Kolonel Hardenbroek

Jacob van Hardenbroek is geboren omstreeks 1678 en overleden 20 augustus 1759. Hij trouwt met Catharina Sijes en krijgt (o.a.) de kinderen:
– Agatha Jacomina, gedoopt 20 februari 1724 Loevestein
– Anna Cornelia, gedoopt 18 juli 1728 Loevestein
– Anna Cornelia, gedoopt 28 mei 1730 Loevestein
– Gijsbert, gedoopt 19 augustus 1731 Loevestein

Hij werd 6 november 1709 kapitein in het regiment van luitenant-generaal van Amelisweerd en was in dezelfde rang in het regiment van l’Abadie benoemd tot kapitein van de gedetacheerde compagnie voetknechten in garnizoen op het fort Loevestein.
20 April 1725 was hij commandeur op Loevestein
15 Juni 1735 luitenant-kolonel-titulair en majoor-effectief in het regiment van de generaal-majoor van Spaen
21 Maart 1740 luitenant-kolonel in het regiment van de kolonel Pieter Conrad van Leyden
20 Maart 1748 kolonel in het regiment van den luitenant-generaal van Leyden
Hij wordt het laatst genoemd in den Staat van Oorlog van 1751.

In 1749 had hij met zijn vrouw Loevestein verlaten en zich te Heeswijk en Dinther gevestigd.


Bronnen:
http://www.genver.nl
http://www.familysearch.org

2020 – 2021

Afsluiting

Het afgelopen jaar bracht veel.

In februari mocht ik in de North Carolina, Verenigde Staten het huwelijk bijwonen van een neef en zijn (nu) vrouw. Het huwelijk en de reis waren een bijzondere ervaring.

Met ingang van 12 maart was het thuiswerken, op twee dagen na. Het beviel mij goed, kon veel verzetten. Online vergaderen ging sneller, stappen sneller gemaakt. De eerste lockdown werd afgekondigd, corona greep om zich heen en zaaide veel verdriet.

Juli werd de maand dat mijn ontslag werd aangekondigd door de werkgever in verband met digitalisering van de administratie.

De bedoeling was om in september met vakantie te gaan, het werd een (geplande) trip naar het ziekenhuis voor enkele dagen.

November was ik weer hersteld en kon meer tijd aan allerlei zaken besteden, o.a. met alsnog een vakantie op het mooie eiland Schiermonnikoog.

En nu is de laatste dag van december aangebroken, de maand dat ik (in de keuken) veel nieuwe dingen heb gemaakt. Maar ook de maand dat de tweede coronagolf kwam met de volgende lockdown als gevolg.

Tijd van bezinning, maar meer nog: vooruit zien. Hopelijk wordt 2021 een jaar, waarin alles weer enigszins als vertrouwd voelt: op bezoek gaan met meerdere mensen, verjaardagen als vanouds vieren, weer mogen knuffelen.

Ik wens u een fijne overgang naar het nieuwe jaar!

Tineke
@geneatine

Burgemeesters van de gemeente Appingedam

Gemeente Appingedam

Appingedam is een stad, die (waarschijnlijk) rond 1100 is ontstaan. Destijds werd de plaats Appengadomme of Damme genoemd, waarschijnlijk naar de familie Appinga/Abbinga (dam bij de woonplaats van de familie Abbinga). Ook is er een theorie, die spreekt van een vernoeming van een nederzetting bij het riviertje de Appe. De derde optie is dat Appingedam is gesticht na het graven van de Delf (nu Damsterdiep).

Oorspronkelijk woonden er schippers, koop- en ambachtslieden. Er was een open verbinding met de zee, waardoor Appingedam de hoofdplaats van het Friese gewest Fivelingo werd. Er werden goederen gelost, opgeslagen, verhandeld en geladen. Als gevolg van het belang van deze plaats werd de Nicolaikerk gebouwd, halverwege de 14e eeuw.

Nicolaikerk, Appingedam

Stadsrechten

In 1327 ontving Appingedam stadsrechten van de vertegenwoordigers van de Zeven Friese Zeelanden, verenigd in het verbond van de Upstalsboom. De gesproken taal in de middeleeuwen was Fries, later verdrongen door Nederduits.

Strijd

In 1514 nam Georg van Saksen de stad in.

Georg van Saksen

Hierbij kwamen meer dan 1.000 mensen om het leven, waarvan een deel hun toevlucht hadden gezocht in de Nicolaikerk. 22 jaar later nam Meindert van Ham, legeraanvoerder, de stad in, later in dit jaar (1536) verdreven door stadhouder Georg Schenck van Toutenburg.

Georg Schenck van Toutenburg

Hans Hesse, legeraanvoerder ter plekke, had de bedoeling was om de stad te slopen, echter omgepraat door de Damsters werden alleen de vestingwallen gesloopt.

Economisch werd het er niet beter sinds de 16e eeuw, totdat in de dertiger van de 17e eeuw het raadhuis werd gebouwd. Aan het eind van de 18e eeuw kwamen er nog steeds zo’n 50 zeeschepen per jaar en waren er beurtdiensten met Sneek, Amsterdam en Leer.

Economie

In en rond Appingedam waren steen- en pannenbakkerijen, kalkovens en scheepswerven te vinden, naast wind- en rosmolens voor het malen van graan en boekweit, het persen van olie en zagen van hout, bierbrouwerijen, jeneverstokerijen, leerlooijeren, weverijen, zeep- en lijmziederij, azijnmakerij en zoutkeet.

Zeepziederij

Eemskanaal

In 1866 werd begonnen met de aanleg van het Eemskanaal, tussen Groningen en Delfzijl, afgerond in 1876. De scheepvaartverbinding zorgde ervoor dat het vervoer over water via Appingedam steeds minder werd. Delfzijl heeft de Damsters niet toegestaan gebruik te maken van het kanaal.

Industrie

Begin 1900 kwam er meer industrie: er werden een zuivel-, vlas- en strokartonfabriek gebouwd, naast een gasfabriek, een trailerfabriek en twee carrosseriefabrieken. Ook de Bronsmotorenfabriek (zie blog Brons van 25 juli 2017) werd gebouwd en leverde veel arbeidsplaatsen op.

Jan Brons in Bronsfabriek

Nieuwe gemeente Eemsdelta

Per 1 januari 2021 is Appingedam niet langer een afzonderlijke gemeente. Op deze datum worden Appingedam, Loppersum en Delfzijl een gemeente met de nieuwe naam Eemsdelta (vernoemd naar de Eemsmonding), bestaande uit 32 kernen met circa 46.000 inwoners.

Burgemeesters tot 1900

Er zijn veel burgemeesters in Appingedam geweest in de afgelopen eeuwen, sommigen kort, andere langer aan het roer van deze historische stad. Enkelen worden hieronder benoemd.

Uulderich Wilhelm Polman (1722)

Uulderich werd lidmaat van Opwierde op 21 december 1714:

Lidmaat Uuldrigh Willem Polman

Hij, heer op Snelgersma te Garreweer, ondertrouwde op 30 november 1721 in Appingedam en trouwde op 16 december 1721 in Woltersum met Jeronima Alagonda Catharina Beninga, freule van Griemersum, Doornum en Arrel.

Ondertrouw Appingedam Uilrick Wilhelm Ppolman en Jeronima Alagonda Catharina Beninga
Huwelijk Woltersum Ulrich Wilhelm Polman en Hieronijma Adelgunda Catharina Beninga

Op 25 december 1722 werd Hieronima Alegonda Catharina Beninga toegelaten als lidmaat van Opwierde. Op 31 maart 1726 werd zoon Johan Friderick gedoopt in Appingedam, gevolgd door Rudolph Carels op 9 oktober 1727 in Opwierde.

Uulderik overlijdt tussen 1727 en 1731, mogelijk in Opwierde. Helaas is geen spoor hiervan gevonden.

Jeronima Alegonda Catharina Beninga hertrouwde op 8 april 1731 in Tjamsweer als weduwe van Uildrik Will: Polman met Willem Daniël van de Merwede. Hun dochter Adriana is gedoopt op 20 september 1733 in Opwierde (vermeld: vader is kapitein Merwede) en zoon Folkmar Boyne Beninga op 22 juli 1736 in Opwierde.

Enno Ebels (1744)

Enno kom ik voor het eerst tegen als burgerzoon op 11 december 1721 in het Burgerboek van de Stad Appingedam. In 1730/1731 wordt hij vermeld als drogist (Bewonerslijsten van de stad Appingedam).

Enno Ebels ondertrouwt op 6 oktober 1720 in Appingedam, het huwelijk met Cornelia Stenhuis werd in ’t Zandt op 6 november 1720 bevestigd.

Bij de dopen in Appingedam van de kinderen Grietje (10 juni 1722), Roelef (17 mei 1724), Aafje (26 januari 1727), Jan (5 juni 1729), Jan (14 januari 1731), Janna (30 april 1732), Jan (12 mei 1734), Frieke (12 mei 1734), Jan (6 juli 1735), Harmannus (22 juni 1739), Harmannus (5 maart 1741) en Margrietje (6 juni 1742) werd Enno koopman en vanaf 1731 burgemeester genoemd.

Zij hebben o.a. gewoond aan de Oude Markt, vlakbij de Pottenbakkersgang, net als aan de Oude of Nieuwe Weg, vlakbij de Kloosterpoort, met aan de achterzijde het Oude Kerkhof.

Enno Ebels kwam ik niet meer tegen. Wel werd het woonhuis van wijlen Enno en Cornelia, op de hoek van de Dijkstraat met de Sint Anna straat, verkocht op 1 mei 1756 door de voogden van de onmondige zoon aan Boele Hefting, waaruit mag blijken dat Enno (kort) voordien is overleden. Zijn vrouw Cornelia wordt nog genoemd in het lidmaatregister van Farmsum in 1776, met vermelding “obiit” erachter (overleden).

Hendrik Alstorphius (1763)

Hendrik (Hindrik) is in ondertrouw gegaan op 23 februari 1752 in Groningen met Anna Maria Wassenborgh (Waffenberg). Hendrik kwam van Appingedam, Anna Maria van Groningen. In het opgemaakte huwelijkscontract staan de namen van de aanwezigen:
Bruidegomszijde:
– Catharina Alstrophius, moeij (tante)
– Arnoldus Brinks, neef
– Anna Busz, nicht
Bruidszijde:
– Gerardus Wassenborg, vader
– Anna Lankhorst, stiefmoeder
– Aaltijn Arents, weduwe Wassemborg, grootmoeder

Hun kinderen, allen gedoopt in Appingedam, waren. Berendina Anna (24 februari 1754), Willem Gerardt (7 juni 1756) en Georgh (6 augustus 1760). Bij de doop van Georgh is Hendrik vermeld als burgemeester. Henricus Alstorphius is op 22 september 1762 aanwezig bij de opmaak van het huwelijkscontract (hc) van Jan Ebels en Anna Cleveringa, als vreemde voogd van Jan. Ook daar wordt achter zijn naam “burgemeester” vermeld.
Vervolgens is hij op 13 mei 1776 aanwezig, als testamentaire curator over de bruid, bij de opmaak van het hc tussen Hindrikus Brandts en Apolonia van Lehr; op 18 december 1778 bij de opmaak van het huwelijkscontract tussen Egbert Jans Mos en Pieternella Pieters, als dedigsman; op 22 september 1779 bij de opmaak van het hc tussen Koene Jentsema en Marijtje Elders, als dedigsman; op 15 juni 1785 bij de opmaak van het hc tussen Manuel Molenkamp en Margrietje Rijtma, als dedigsman.

Leydse courant 6 december 1775

Hendrik en zijn vrouw hebben gewoond op de hoek van de Kniestraat met de Dijkstraat, ook hebben ze een pand tussen de Heidensgang (“de Gang nae de seven gangen”) en het Zanster Pijpje gehad, dat in de 17e eeuw een brouwerij is geweest.

Daarna is geen spoor meer van hem te vinden, behalve bovengenoemd krantenartikel.

Rudolph Ebels (1752-1771)

Rudolph Ebels, burgemeester, is in ondertrouw gegaan in Farmsum in november 1752 met Aafien Stenhuis. Het huwelijk werd ingezegend op 17 december 1752 in Appingedam.

Rudolph koopt op 11 november 1752 de vrijstaande woning in het midden van de Oude Marckt van Pieter Berents van Geuns en Asselte Wybes.

Hun kinderen, allen gedoopt in Appingedam, waren Enno (22 augustus 1756), Anna (14 februari 1768) en Cornelia (16 juni 1771).

Op 31 mei 1771 pacht Rudolf een nieuw getimmerd huis op De Wierde, met ten noorden de Damster kerk, ten zuiden Pieter Aats en Lubbert Beerents, ten westen het voetpad.

Een dag voor de geboorte van de jongste dochter, t.w. op 15 juni 1771, kopen Rudolf en Aefjen een hof op eigen grond met zomerhuis op de Wierde van de erven van Jacob Martens.

Er is een vermelding te vinden op 14 mei 1772, bij de inschrijving van het hc tussen Henricus Ringels en Aafjen Stenhuis, als neef en aangetrouwde nicht van de bruid Aafjen. Tantje Aafjen was zus van bruid’s vader Henricus Stenhuis.

Met ingang van 25 januari 1775 huren Rudolph en Avien de woning van Hendrik Utman en Cornelia Folkers, met ten noorden de Delft, ten oosten de mandelige gang, ten zuiden de Dijkstraat en ten westen Clemens Jans. De bijbehorende opslag zat aan de oostelijke zijde van de woning.

Jan Christiaans Seman verkoopt op 15 april 1780 een woning aan Rudolf op schuttersgrond. Aan de achterzijde liep De Oude Apt.

Arent Tonkens (1763-1781)

Arent, schuttenrichter*, trouwt op 20 september 1744 in Appingedam met Margrieta van Weerden.
Hun gezin werd verblijdt met Helena (9 april 1747), Frerik (18 maart 1750) en Hilligien (15 december 1751). Alle dopen vonden plaats in Appingedam, waarbij Arent soms is vermeld als boekhoudend diaken.

Op 17 augustus 1758 kopen Arent en Margarieta de woning aan de Solwerderstraat (zie eerder bericht Bewoners van de Solwerderstraat 10 IV).

Later, op 12 oktober 1758, kom ik Arent tegen in het hc van Jan Elingh en Reiniera van Weerden (zus van Margareta) als brouwer. Op 30 oktober 1760 worden Arent en Margareta genoemd in het hc van Lambartus Tonkens en Aaltjen Tebbens als oom (en kerkvoogd) en aangetrouwde moeij**.

Naast meerdere vermeldingen komt Arent voor het eerst voor als burgemeester in het hc van Albert van der Leij en Antje Bernard Walland, opgetekend op 3 september 1766.

Arent overlijdt op 20 november 1783 en wordt begraven in de Nicolaikerk.

Groninger Courant 4 juni 1786

Rudolph Pabus Cleveringa (1808-1818)

Rudolph wordt geboren op 24 oktober 1763 in Farmsum en ondertrouwt zijn lief Cornelia Ebels op 18 juni 1789 in Appingedam, waar ze getrouwd worden op 15 juli 1789. De kinderschare, die ze krijgen en allen gedoopt in Appingedam (tenzij anders vermeld), bestaat uit Rudolf Ebels (4 april 1790), Bronno Fredericus (5 juni 1791), Jan Albertus (18 november 1792), Heino Hermannus Brucherus (29 juni 1794), Johannes Quintinus (21 februari 1796), Aafjen Sjabinna (12 augustus 1798), Enno Ebels (3 mei 1801), Fredericus Octavus (10 juli 1803), Martinus Erverhardus (4 januari 1807) Albertus Muntinghe (5 maart 1809) en Martinus Everhardus Cleveringa (14 oktober 1814 in Tjamsweer).

Rudolph wordt af en toe vermeld met zijn beroep, zijnde fabrikant. Hij bezat een steenfabriek, een kalkoven, een oliemolen en een zoutziederij.

De eerste vermelding als burgemeester dateert van 7 augustus 1816 als zoon Rudolph Ebels Cleveringa trouwt met Gijsselina Margareta Molenkamp.

Overlijdensadvertentie Rudolph Pabus Cleveringa 1818

Rudoph overlijdt op 20 mei 1818 in Tjamsweer, vermeld als fabrikant.

Johannes Quintinus Cleveringa (1832-1833)

Johannes Quintius (ook Quintinus) Cleveringa, geboren op 6 februari 1796 in Appingedam, en Henrietta Paulina van Swinderen sluiten hun huwelijk op 15 maart 1817 in Slochteren. Johannes is dan vermeld als secretaris der drie Delfzijlen. Al spoedig worden kinderen uit dit echtpaar geboren, allen in Appingedam, t.w. Catharina (22 juli 1818), Rudolph Pabus (7 november 1819), Rudolph Albert (12 april 1821), Cornelia Ebelina (1 april 1823), Anna Henriëtta (19 januari 1825) en Onko de Rheden van Swinderen (14 januari 1826).

Hij was, naast burgemeester, ook nog een tijd kerkvoogd en was als zodanig betrokken bij de bouw van de nieuwe kerktoren.

Johannes overlijdt op 79-jarige leeftijd in Tjamsweer op 24 november 1875.

Sijnco Reijnders (1834-1843)

Sijnco (Sijnko), advocaat/notaris is geboren op 23 juli 1793 in Groningen, waar hij op 4 december 1822 trouwt met Wiea Zuidema, geboren 1802.

Hun kinderen zijn (met geboortedata vermeld) Jan (3 oktober 1823 Delfzijl), Nomdo Lucas (11 februari 1825 Delfzijl), Reinhart (2 december 1826 Delfzijl), Hendrik (18 oktober 1828 Delfzijl), Frederica Hoitsema Reijnders (24 januari 1831), Catharina (24 juli 1832 Delfzijl), Eva Margaretha (12 maart 1834 Appingedam), Hendrik (23 september 1835 Appingedam), Eva Margaretha (24 juli 1837 Appingedam), Izaäk Herman (28 november 1838 Appingedam), Hinderica Jacoba (20 maart 1841 Appingedam) en Titia Margaretha (28 januari 1843 Appingedam).

Wiea overlijdt op 22 maart 1866, Sijnko volgt haar op 30 november 1873, beiden zijn in Groningen overleden.

Synco Reijnders

Johannes Potter van Loon (1843-1863)

Johannes blijkt te zijn geboren op 25 april 1800 in Sint Annaparochie. Ik kom hem voor de eerste maal tegen op 28 januari 1824 bij zijn huwelijk in Groningen met Gesina Marissen. Hij . Als beroep is doctor in de regten vermeld. Hij is geboren in Sint Anna Parochie, zijn vrouw komt uit Groningen.

Hun kinderen, allen geboren in Groningen, tenzij anders vermeld, zijn Johannes Marissen van Loon (22 maart 1825) en Everhardus (4 september 1826). Gesina overlijdt op 30 juli 1835 in Appingedam.

Benoeming Johannes Potter van Loon als procureur van de rechtbank

Bij het eerste kind staat Johannes als advocaat, bij de tweede als procureur. Bij het overlijden van Gesina staat hij genoteerd als rentenier.

Huwelijk Johannes en Reiniera

Johannes hertrouwd op 28 september 1836 (als procureur) in Loppersum met Reiniera Sissingh, geboren Damster. Hun eerste kindje wordt op 17 oktober 1837 doodgeboren, waarbij Johannes als brouwer is vermeld. Zijn tweede vrouw overlijdt op 1 december 1837, voor de tweede maal weduwnaar: het zal een hard gelag zijn geweest voor Johannes.

Huwelijk Johannes en Willemina

Willemina Titia Brouwer is Johannes’ derde bruid, het huwelijk wordt op 27 december 1842 in Uithuizen gesloten. Hun kinderen zijn (allen geboren in Appingedam) Ida Alagonda Elisabeth (30 december 1843), Attje Johanna (24 mei 1845), Laurentius (29 augustus 1846), Hendrik Jan Everhardus (17 oktober 1849), Laurentius (17 december 1852), Maria (30 maart 1854), Laurentia Johanna (18 juni 1857) en Jan (31 januari 1860).
Johannes staat voor de eerste keer als burgemeester geregistreerd in de geboorteaktes van 29 augustus 1846.

Overlijdensadvertentie Willemina Brouwer

Willemina Titia overlijdt op 11 oktober 1888 in Groningen, Johannes is haar op 1 januari 1865 voorgegaan in Appingedam.

Regnerus Tjaarda Mees (1863-1867)

Regnerus wordt op 13 juli 1790 in Leermens geboren. Hij trouwt op 20 september 1812 in Hoogeveen met Margaretha Johanna Cornelia de Ravallet, geboren in Hoogeveen. Zij krijgen de volgende kinderen, geboren in Appingedam: Menso Alting (10 juli 1813), Willem Jan (11 september 1815), Clara Agneta (25 januari 1818), Fokko (27 november 1819), Regina Harmanna Georgina Wilhelmina (15 april 1822), Petrus (20 juni 1825) en Lodewijk Adriaan (3 mei 1829). Margaretha overlijdt op 23 oktober 1832.

Als hij op 22 mei 1834 in Appingedam hertrouwt met Elizabeth Louise Maria Lucretia Umbgrove (geboren in Arnhem), weduwe van Cornelis Geert Poelman, wordt hij vermeld als lid van de Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen. Het gezin wordt verblijdt met Regnerus (6 april 1835).

Regenerus was tevens lid van de Provinciale Staten van Groningen.

Net om de hoek van de Oude Kerkstraat aan de Dijkstraat woonden, tot 1857, Regnerus en zijn vrouw Elizabeth.

Elizabeth overlijdt op 18 juli 1860 in Appingedam, burgemeester Regnerus Tjaarda Mees sluit zijn ogen definitief op 4 januari 1867.

Overlijdensadvertentie Regnerus Tjaarda Mees

Eltjo Takens (1867-1883)

Eltje is geboren op 24 februari 1819 en trouwt Anna Steenhuis op 6 mei 1842, beiden in Appingedam.

Hun kinderen zijn Tako (14 juni 1843), Having (6 maart 1845), Jan (10 februari 1847), Elizabeth (21 mei 1849) en Hillechien (9 juli 1852).

Vader Eltje wordt aangemerkt als bierbrouwer. Bij zijn overlijden staat als beroep burgemeester vermeld.

Eltje overlijdt op 27 november 1883, 64 jaar oud, in Groningen, hoewel hij in Appingedam woont.

Carolus Justus Lewe van Aduard (1884-1891)

Carolus ziet het levenslicht op 16 maart 1852 in Appingedam. Zijn latere vrouw IJsebranda Tjeska Dull is geboren op 2 februari 1853 in Winschoten. Hun huwelijk werd op 10 maart 1880 in Groningen bevestigd, toen Carolus burgemeester was van de gemeente Marum.

Er zijn geen kinderen gevonden van dit echtpaar.

Carolus overlijdt op 20 juli 1917 in Amsterdam. IJsbranda sterft op 2 december 1919 in Nijmegen.

Scato Gockinga (1891-1897)

Scato werd op 21 juli 1851 geboren in Groningen.

Hij trouwt met Wilhelmina Susanna Maria Johanna Schuijt van Castricum op 15 mei 1889 in Oegstgeest. Hun kinderen, allen geboren in Appingedam, zijn Henri Corneille Wolter (25 februari 1892) en Wolter Scato (7 oktober 1894). In 1889 was Scato burgemeester van ’t Zandt, 2 jaar later werd hij als zodanig beëdigd in Appingedam. Zijn carrière vervolgde hij in Hoogkerk vanaf februari 1907. Tien jaar later beëindigde hij zijn carrière om gezondheidsredenen.

Wilhelmina overlijdt op 20 april 1904 in Apeldoorn, waar ook Scato zijn ogen sluit in het midden van de Tweede Wereldoorlog, op 9 februari 1943.

Willem de Sitter (1897-1901)

Willem is afkomstig van Den Haag, waar hij geboren is op 22 november 1869. Hij trouwt met Hendrika Maria Magdalena Muurling op 4 juni 1896 in ’t Zandt, waar Willem burgemeester is. Ze worden ouders van Elisabeth Maria, geboren 3 april 1900 in Appingedam.

Voor Willem en Maria wordt de echtscheiding op 16 juli 1924 uitgesproken. Willem staat dan vermeld als president van de zeekrijgsraad. Hij overlijdt op 15 april 1945 in Ede.


Verklaring
* Schuttenrichter: sprak recht in geschillen tussen buren over
grensscheiding, waterloop, etc.
** Moeij: tante


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.wikipedia.nl
http://www.alledrenten.nl
http://www.delpher.nl
– Vissen rond de Floem, A. Hoft

Lief en leed van Anneus en Johanna Maria Hillebrands-Maassen

Overlijdensbericht

In de Sheboygan Nieuwsbode van 29 augustus 1850 staat het volgende bericht:

29 augustus 1850

Wie waren deze mensen?

Anneus en Johanna Maria

Anneus Hillebrands, 26 jaar oud, zoon van Jannes en Annechien Hillebrands-Jans, trouwt op 31 december 1847 met Johanna Maria Maassen, 27 jaar, dochter van Derk en Tonia Maassen-Geerlings in de gemeente Hummelo en Keppel in Gelderland.

Anneus’ wieg stond in Assen, waar hij op 7 maart 1821 is geboren. Zijn moeder overlijdt op 18 maart 1821, Anneus, zijn zus Margien (1810) en broer Hendrik (1812) worden opgenomen door het gezin van Jan Sikkens Koens en Geertje Harms Schut in Assen.

Johanna Maria is in Hoog-Keppel geboren, op 28 oktober 1820.

De overtocht naar het verre land

Het echtpaar is op 9 mei 1848 vertrokken vanaf Amsterdam met de Scandia, een bark met 3, 4 of 5 masten. Aan boord waren ook het gezin T. van den Bosch, B. Kamps, E. Evers, Diekema, Schepers, R. ten Hake, H. Vredevelt, H. Pijl, B.J. Poes, E. Eding en de weduwe Essing, allen uit Drenthe.

bark

De datum 29 mei 1848 monsterde het schip aan in New York, waar het echtpaar werd geregistreerd.

Passagierslijst, op regel 56 en 57 Anneas en Johanna

Het gezin in de Verenigde Staten van Amerika 1849-1859

Anna Tonia is vermoedelijk geboren in mei 1849. Sophia Johanna is waarschijnlijk in de tweede week van april 1850 geboren, aangezien vermeld is dat bij overleden 26 juli 1850 ze 15 weken was.

In New Groningen, waar het echtpaar Anneus (in Amerika ook Anesus genoemd) en Johanna zijn neergestreken, was hij schoolmeester*. Abraham Stegeman, een emigrant, schreef over Anneus:”Hij was altijd een ijveraar voor Groningen’s vooruitgang en bloei.” De naam New Groningen is door Anneus gegeven aan deze plaats.

“Dat eerste blokken schoolhuisje stond eenige roeden westvan Frank Brummel’s huis. De haard was in het midden van het gebouw. Aan het eene einde van het gebouw woonde Mr Hillebrands en aan het andere einde was het schoollokaal, zonder een muur tusschen beiden.”

Anneus bleef in betrekking als schoolmeester tot 1870 toen er een ruzie was ontstaan tussen voor- en tegenstanders van de inmiddels “selecte” school. Na zijn vertrek is deze school opgeheven.

Het gezin woonde naast Jan Kolvoord, die een molen bij een kreek had. Buren aan de andere zijde waren Ten Have en Klaas Boer (smid en wagenmaker). Dan volgde de school met ertegenover de winkel van Jan van Eenennaam.

Naast schoolmeester was Anneus ook meerder jaren de klerk van het stadje Groningen, hij is hiervoor gekozen in de jaren 1853 tot en met 1857.

Het gezin in de Verenigde Staten van Amerika 1860-1880

In de Census (soort volkstelling) van 1860 wordt het gezin van Anneus en Johanna vermeld met een dochter van 7 jaar, Johanna M op regel 36, 37 en 38. Johanna jr is 7 jaar, dus circa 1853 geboren.

Census 1860

In 1880 werd vermeld in de Census dat het gezin bestond uit Anneas, Johanna en zoon Anneus C, toen 18 jaar oud. Hij zal dus geboren zijn rond 1862.

Census 1880

Zoon Anneus C. trouwt op 28 maart 1895 in Zeeland, Michigan met Francis Danhoff (zie laatste regel).

Huwelijksinschrijving van Anneus en Francis, 1895

Overlijden

Anneus sr overlijdt in 1896, Johanna is hem voorgegaan in 1894.

Graf Anneus en Johanna

Helaas is van Johanna Hillebrands, dochter, niets gevonden, behalve de inschrijving in de Census van 1860.

Anneus jr overlijdt in december 1938.

Obituary Anneus jr.

Zijn vrouw woonde in 1940 nog steeds in (volgens de Census) in Holland, Michigan, waar het gezin in 1920 ook is geregistreerd bij de toenmalige Census. Ze hebben drie kinderen: Simon (1898), James M (1904) en Grace H. (1908). Francis, zijn vrouw, overlijdt in 1949 in Cutlerville, Michigan.


  • In het boek Dutch Immigrant Memoirs and Related Writings is 1857 vermeld. Verder lezend in het boek wordt er gesproken over de jaren 40 en begin 50 van de 19e eeuw. Het jaartal heb ik daarom weggelaten

Bronnen:
http://www.delpher.nl
http://www.familysearch.nl
http://www.wikipedia.nl
– Dutch Immigrant Memoirs and Related Wrtings, door Henry S. Lucas
(ISBN 0-8028-4224-0)
http://www.alledrenten.nl

WC de Glopper

Waar is W.C. de Glopper?

Het volgende bericht is vermeld in de Sheboygan Nieuwsbode van 13 juni 1850:

13 juni 1850, Sheboygan Nieuwsbode

Wie is W.C. de Glopper

Op 22 april 1826 werd in Oosterland, Zeeland Willem Cornelis geboren, zoon van Bartel en Toontje de Glopper-Hogenboom.

Hij is in 1849 vanuit Ellemeet, waar hij woonde, vertrokken naar Buffalo, zo heeft hij opgegeven, “tot vinding van een middel van bestaan”.

Of hij getrouwd is geweest, heb ik niet kunnen achterhalen. Wel kom ik in de Verenigde Staten vernoemingen naar zijn vader tegen, Bartel de Glopper. Mogelijk was dit een zoon van hem.

Overlijden

Willem (boer) overlijdt op 74-jarige leeftijd op 4 juni 1899 in Georgetown, Michigan, aan de gevolgen van hart en long problemen. Als ouders is daar vermeld Bartel de Glopper en Ontona Higabom, zo is vermeld in het Record of Deaths van Michigan.

Record of Deaths, Michigan

Het graf van Willem Cornelis is teruggevonden in Allendale, Michigan op Allendale Township Cemetery. Hierop is vermeld dat hij is geboren op 12 mei 1825 in Zeeland. Echter gezien de vermelde (fonetisch geschreven) namen van zijn ouders in het Record of Deaths is de geboortedatum niet correct vermeld op de steen.

Graf van Willem Cornelis de Glopper


Bronnen:
http://www.wiewaswie.nl
http://www.familysearch.com
http://www.findagrave.com
http://www.delpher.nl

Waar is A M Schoemaker?

Een verzoek aan een ieder in Amerika, 16 april 1850

In de Sheboygan Nieuwsbode van 16 april 1850 is de volgende oproep te lezen:

Het begon in Nederland

A M Schoemaker, ook wel Annanijas Margarethabrius Schoemaker, werd op 26 maart geboren en op 30 maart 1788 gedoopt in Winterswijk als zoon van Marten en Anna Catharina Schoemaker-ten Bengevoort. Hij werd lidmaat van de Winterwijkse gereformeerde kerk op 20 april 1810. Hij werd later als tapper vermeld.

Op 4 juni 1834, inmiddels 46 jaar oud, treed hij in Winterswijk in het huwelijk met Anna Catharina Lomans, een 39-jarige dienstmeid, dochter van Jan Albert (landbouwer) en Aaltjen Lomans-te Siepe. Anna Catharina is geboren op 26 juli 1795 in Winterswijk.

Hun kinderen (allen geboren te Winterswijk):
– Marinus Johannes, geboren 26 februari 1835
– Arie, geboren 8 april 1839
– Gerhardus, geboren 7 april 1842

Naturalisatie tot Amerikaan

Annanias kwam, volgens onderstaand document, in september 1846 aan in de Verenigde Staten en werd tot Amerikaans staatsburger ingeschreven in juni 1847:

In 1870 kwam ik hem tegen als 82-jarige inwoner van Portage, Columbia, Wisconsin, samen met zijn vrouw en middelste zoon. Arie is vermeld als Ira, hij verdient de kost als machinist. Gezien het bedrag van respectievelijk 100 en 1500 dollar als bezit, waren ze niet onbemiddeld.

Anna Catharina (als Anna Katrina) overlijdt op 13 april 1874, haar graf is te vinden op Woodlawn Cemetery, Allouez, Wisconsin.

Graf Anna Catharina

Op 9 juni 1876 overleed Annanias, hij werd begraven op Woodlawn Cemetery in Green Bay, Wisconsin.

Graf Annanias Margarethabrius

Kinderen

Marinus Johannes (John M) was 2e luitenant in het Wisconsin Volunteer Inft. in Green Bay City, Wisconsin.

Hij overleed op 17 juli 1909 en is begraven op Woodlawn Cemetery, Green Bay als John M.

Graf Marinus

Arie, in Amerika bekend als Ira, overleed op 3 juni 1899 en werd begraven op Forest Hill Cemetery in Eau Claire, Wisconsin.

Graf Arie

Zoon Gerhardus ging in Amerika verder onder de naam Garret (Garnett). Op 18 juli 1900 overleed hij, het volgende in memoriam werd voor hem geschreven, waarna hij in het familiegraf (zie hierboven) werd bijgeplaatst.

I.M. Gerhardus


Bronnen:
http://www.delpher.nl (De Sheboygan Nieuwsbode)
http://www.familysearch.com
http://www.wiewaswie.nl
http://www.findagrave.com