Familie Quintus-Souffrouw


In De Sheboygan Nieuwsbode van 14 maart 1851 las ik het volgende bericht:

De Sheboygan Nieuwsbode 14 maart 1851

Catharina Wilhelmina Souffrouw werd geboren op 8 oktober 1824 in Oostburg, dochter van Pieter junior Souffrouw en Susanne Maria Bril. Vader Pieter is op 16 februari 1833 overleden in Sint Kruis, hij was broodbakker. Zijn vrouw ging door als winkelierster voor de nering. Zij hertrouwt met Abraham Johan Verdier en blijft in het Zeeuwse wonen.

Catharina Wilhelmina vertrok op 31 juli 1847 naar Noord Amerika, vanuit Oostburg, Zeeland, tezamen met de ongehuwde Pieter Souffrouw (geboren 3 maart 1820 in Oostburg, horlogemaker), Suzanna Souffrouw (geboren 9 augustus 1827 in Oostburg),), Abraham Souffrouw (geboren 5 december 1828 Oostburg). Pieter was in 1846 al eens vertrokken naar Noord Amerika.

Jacob Quintus

Jacob Quintus was op 4 augustus 1847 met een zeilschip vanuit Rotterdam vertrokken naar Noord Amerika, tezamen met zijn vrienden Frans van Driele, Johan A.S. Verdier, zijn neef Marten Luther d’Ooge (professor aan de Michigan Universiteit), en reisde door naar Buffalo, maar verhuisde al snel naar Sheboygan in Wisconson.

Jacob Quintus startte de krant De Sheboygan Nieuwsbode, dé krant voor de Hollanders in het verre land, Noord Amerika op 16 oktober 1849, om contact te houden met het oude vaderland, maar ook op de hoogte blijven van het nieuws uit de wereld en Noord Amerika. Het was de eerste Nederlandse krant in de USA, gelezen in Michigan, Iowa en veel steden.

Eerste uitgave van De Sheboygan Nieuwsbode

Jacob en Catharina

Jacob kent Catharina waarschijnlijk via zijn vriend Pieter Souffrouw. Ze zaten op het dezelfde schip, naar verluidt, dat hen naar het nieuwe land voerde.

Dochter Suzanna Maria is geboren in 1850, overleden in 1851. Op 2 februari 1854 wordt dochter Johanna Jacoba (grafsteen Jennie Johanna, overleden 1923) geboren in Sheboygan, gevolgd door John Chas (grafsteen John Charles, overleden 1921) op 8 oktober 1856. Volgens http://www.findagrave.com was er nog een zoon: Lucius H, geboren 1860, overleden 1861.

Jacob heeft een paspoort aangevraagd en gekregen in mei of juni van het jaar 1860:

Paspoort Jacob Quintus

We komen ze weer tegen in 1860 en 1870, toen ze woonden in Grand Rapids, ward 3, Kent, Michigan, tezamen met hun kinderen Jennie J en John C.

In 1880 staat Jacob in de census ingeschreven als “dealer in real estate”, makelaar in grond en panden.

In 1900 woont het echtpaar, volgens de volkstelling, op Precinct 2 Grand Rapids city Ward 3, Kent, Michigan, tezamen met dochter Jennie (46 jaar, geboren in Wisconsin), schoonzoon Arthur Hagelwood (61 jaar, geboren in Groot Brittanië) en de kleinkinderen Bert Q (24 jaar), Lillian K (22 jaar), Walter J (14 jaar) en de bediende August Hickstrim (25 jaar, geboren in Duitsland).

Catharina overlijdt in 1903.

Graf Catharina Wilhelmina Souffrouw

Jacob overlijdt op 22 februari 1906 in Plainwell.

Graf Jacob Quintus

Broers Catharina:
Pieter (Peter) Souffrouw

Peter kom ik in 1860 tegen, inwonend bij Susanna M Verdier, 59 jaar, geboren in Nederland (stiefzus?) en haar kinderen John A.S. (21) en Johanna J. Verdier (20). De kinderen zijn ook in Nederland geboren. Ze wonen op het adres 2nd Ward City of Sheboygan, Sheboygan in Wisconson. Vijf jaar later woont hij op Ward 1 in Sheboygan City in Sheboygan. Wisconsin. Hij is op 10 april 1878 met pensioen gegaan vanuit het leger.

Abraham Souffrouw

Abraham is op 1 juli 1857 getrouwd met Louisa Mullie, 5 jaar jonger dan hem. Ze krijgen de kinderen, allen geboren in Wisconsin:
– Katherine Susanna, 1858-1938
– Susan Wilhelmina, 1859-1947
– Louisa, geboren circa 1864
– Jeannette C., 1865-1935
– Abraham, 1867-1931
– Jacob A., 1870-1951
– Matilda, geboren circa 1872
– Edward A., 1874-1933
– Olive, 1876-1931
– Frederick, 1878-1946

Het gezin woont in 1880 in Plainfield, Kent, Michigan. Abraham is boer.

Abraham is overleden in 1902 in (waarschijnlijk) Plainfield in Michigan, zijn vrouw Louisa in 1913.


Bronnen:
http://www.dezb.nl
http://www.delpher.nl
http://www.findagrave.com
http://www.familysearch.com
http://www.zeeuwsarchief.nl

“Waar zijn Jan de Jonge en Adriana van Kerkfoort, met een kind?”

Advertentie

In de Sheboygan Nieuwsbode van 7 mei 1850, zo’n 170 jaar geleden uitgegeven, las ik het volgende bericht:

Sheboygan Nieuwsbode 7 mei 1850

Huwelijk

Voor het eerst kom ik Jan en Adriana tegen in Ellewoutsdijk, waar ze op 25 april 1844 in het huwelijk treden. Jan is arbeider en 22 jaar eerder geboren in Ellewoutsdijk op 10 augustus 1821. Adriana verdient de kost als dienstmeid, geboortig van Zaamslag. Zij is circa 4,5 jaar ouder dan Jan, geboren op 18 januari 1817.

Jan is de zoon van Jan en Martina de Jonge van den Berge, Adriana is een telg van Izak en Janna van Kerkvoort en Janna de Poorter.

Gezin

Het echtpaar werd op 1 mei 1845 verblijdt met de geboorte van Martina, in Ellewoutsdijk. Hun tweede dochter, Janna, geboren op 28 januari 1848 in Ellewoutsdijk, overlijdt, 6 weken oud, op 14 maart 1848.

Zoeker

De ondertekenaar van de advertentie, Jacobus de Jonge, was waarschijnlijk de 5 jaar oudere broer van Jan, geboren op 22 september 1816. Hij heeft de advertentie nog eens geplaatst / laten plaatsen op 23 mei 1850.

Emigratie

In het Zeeuws Archief is een afschrift te vinden van de emigratie registratie van jan de Jonge. Hij woont in Ellewoutsdijk, zo geeft hij op, i seen 29-jarige arbeider en Nederlands Hervormd. Met zijn vrouw en één kind wil hij naar Noord-Amerika in 1849 “ter verbetering van bestaan”.

Milwaukee

Ik vond het gezin terug, wonende op het adres 9th Ward Milwaukee City, Milwaukee in de staat Wisconsin in 1860.
Het gezin bestaat dan uit vader Jan, moeder Adriana, en de dochters Martina (15), Janna (11, geboren in Wisconsin), Geertruida (2) en Neeltje (0).

Grafsteen

Vermoedelijk zijn Jan en Adriana terechtgekomen in Grand Rapids, Michigan, waar ik (online) een grafsteen vond van Jan de Jonge, geboren 10 augustus 1821 en overleden 24 mei 1901.

Grafsteen Jan de Jonge

Helaas heb ik van de overige gezinsleden geen gegevens gevonden.


Bronnen:
http://www.delpher.nl
http://www.zeeuwsarchief.nl
http://www.familysearch.com
http://www.findagrave.com

Eltjo Siemens, Finsterwolde

Kerk en toren van Finsterwolde

De romanogotische kerk in Finsterwolde, genaamd Stefanuskerk, dateert van na 1586 (min of meer) zoals deze nu te zien is. Oorspronkelijk is de kerk gebouwd circa in 1275. Na een brand in 1586 is o.a. het kruis afgebroken en de kerk verlaagd.

De er vlakbij gelegen toren stamt uit 1822, met op de top een paard (i.p.v. een haan). Vroeger stond de brandweerkazerne naast de toren. De brandslangen werden in de toren te drogen gehangen nadat deze gebruikt waren.

Graf

Op het nabij gelegen kerkhof ligt een grafsteen van Eltjo Siemens, echtgenote van Trijntje Jager. Hij werd geboren op 26 mei 1898 in Finsterwolde, overleed op 31-jarige leeftijd in Winschoten op 29 mei 1929. Wat was er aan de hand, dat hij zo jong stierf?

Landarbeiderstaking

Maandag 27 mei 1929 was communist Van Burink uit Amsterdam gearriveerd en heeft een rede gehouden in Finsterwolde.

De volgende dag werden op vier plaatsen stenen gegooid naar boeren. Later op deze dag, de 28e mei, zo rond 22.30 uur, werd er ernstig verzet geboden door, aan de ene kant, de landarbeiders en, aan de andere kant, de gendarmes.
In de avond kwamen twee Hollanders, afkomstig uit Andijk, zaken doen in Finsterwolde en stapten, nietsvermoedend, af op hotel De Unie van de heer Huizinga. Ze werden door de stakende landarbeiders gezien als onderkruipers (mannen, die het werk van de stakers overnamen). Honderden mannen omsingelden het hotel, totdat al snel de straatstenen door de spiegelruiten van het hotel vlogen en de politie vervolgens een charge uitvoerde. Deze laatste gaf het commando:”Vuur!”

Het winkeltje van Glazenburg

Aan de overzijde van de straat stond Eltjo Siemens (zijn vrouw was net naar huis gegaan, Eltjo wou nog even aanzien wat er gebeurde) bij de winkel van Glazenburg en schoot hij het winkeltje in toen het schieten begon. Een kogel ging door de ruit en een gordijntje en via een zuurtjesfles bereikte het ding Eltjo. Hij werd geraakt in de buik en werd direct vervoerd naar het ziekenhuis in Winschoten.

Het schijnt, zo staat vermeld in de Leeuwarder Courant van 10 maart 1984, dat de lokale arts Wiersma, toen hij bij de gewonden werd geroepen, eerst informeerde wie de rekening zou betalen. De burgemeester gaf aan dat de rekening naar de gemeente mocht, waarna de arts bereid was te helpen.

De volgende morgen was zijn toestand ernstig, zo vermelde het Nieuwsblad van het Noorden op 29 mei 1929. In de loop van de middag is Eltjo overleden.

Vrouw Schuur, echtgenote van één van de arbeiders, werd in de voet getroffen, de heer Engbers kreeg een kogel in de schouder. Wachtmeester van der Jacht was in zijn been gestoken.

In de nacht, rond 04.00 uur, kwam vanuit Groningen versterking viertal marechaussees. Nadat het de 29e mei rustig bleef zijn ze later die dag teruggekeerd naar Groningen.

Burgermeester J. Roelofs Ezn heeft alle samenscholingen van meer dan 5 personen verboden, met onmiddellijke ingang. Een uitzondering werd afgegeven voor 3 juni 1929, de dag dat Eltjo werd begraven.


Grafsteen van Eltjo Siemens
Grafsteen van Eltjo Siemens

Wat gebeurde er verder?

In Het Volk van 4 juni 1929 is vermeld:



Wat gebeurde er de rest van de nacht van 28 op 29 mei 1929?

Hieronder een verslag, zoals vermeld in de krant Het Volk van 7 juni 1929.



Gegevens omtrent Eltjo Siemens en Trijntje Jager

Eltjo werd op 26 mei 1898 te Finsterwolde geboren in het gezin van Joost (dagloner) en Anna Siemens-Principaal als 9e en jongste kind. Twee kinderen waren jong overleden. Joost overleed op 20 december 1927, Anna sloot haar ogen op 23 februari 1942, beiden overleden in Finsterwolde.

Eltjo trouwde op 20 oktober 1921 in Scheemda Trijntje Jager, de 18 jarige dochter van Kornelius (voerman) en Hillechien Jager-de Gries. Of er kinderen geboren zijn in dit gezin, heb ik op de website http://www.allegroningers.nl niet kunnen ontdekken.

Trijntje hertrouwd op 18 oktober 1930 in Wedde met Jan Hekman, een 33-jarige machinist, die weduwnaar van Annichje Broekman is.


Bronnen:
http://www.delpher.nl
http://www.allegroningers.nl

Bewoners van de Solwerderstraat 10 in Appingedam III

Lauwrens Jans Revers en Jantje Drieuws

De derde (bekende) bewoners van nummer 10 zijn Lauwrens Jans Revers en Jantje Drieuws. Wanneer zij het pand betrokken is niet bekend, wel dat op 7 maart 1760 het werd verpacht aan Arent Tonkens en Margaretha van Weerden (Bewoners van de Solwerderstraat 10 in Appingedam IV).

Parenteel Lauwrens en Jantje

Generatie I

I.               Laurens Jans, te Appingedam op 4 mrt 1751, ovl. te Appingedam
voor 2 nov 1780.
                
Verkoopt te Appingedam op 8 jan 1760

Op 8 januari 1760 verkochten Lauwerens Jan Revers en Jantje Drieuwes een pand aan de Broerstraat aan Jacob Martens. Ten noorden J.H. Schaeder, ten oosten de Broerstraat, ten zuiden en westen Jan Claasen en de Heer Schaeder.

Koopt te Appingedam op 30 nov 1779

Op 30 november 1779 verkoopt Jacob Frima aan Laurens Revers en Jantie Drieuws een behuizing. Ten noorden de gang van Jurrien Jentsema, ten oosten het Gouden Pand, ten zuiden juffrouw Lulofs, ten westen de mandelige gang.

Verkoopt te Appingedam op 2 nov 1780

Op 2 november 1780 verkoopt Jantje Drieuwes, weduwe van Laurens Jans, aan haar kinderen Albert Drijfhamer en Maria Lauwerens Revers de behuizing in het Gouden Pand (kerkgrond). Ten noorden de gang van Jurrien Jentsema, ten oosten het Gouden Pand, ten zuiden Okke Jacobs, ten westen de mandelige gang.

Otr. te Zandeweer op 1 mei 1746 Laurens Jans van ’t Zandt en Jantjen Dreeuwes van Zandeweer met Jantjen Dreeuwes, geloofsbevestiging te Appingedam op 7 dec 1752.

Uit deze relatie 3 kinderen:
1.              Jannes, ged. te Delfzijl op 30 mrt 1747.
2.              Geertje Louwrens Revers, ged. te Appingedam op 26 jan 1749,
                 ovl. (ongeveer 28 jaar oud) te Appingedam in aug 1777, volgt IIa.
3.              Maria Laurens Revers, ged. te Appingedam op 23 feb 1755,
volgt IIb.

Generatie II

IIa.            Geertje Louwrens Revers, dr. van Laurens Jans (I) en Jantjen
Dreeuwes, ged. te Appingedam op 26 jan 1749, te Appingedam
op 5 dec 1771, ovl. (ongeveer 28 jaar oud) te Appingedam in
aug 1777, trouwt met Jacob Frima.
kerk.huw. HC 17 augustus 1773 in Appingedam.

                 Aanwezig bij het opmaken van het huwelijkscontract te
Appingedam op 17 aug 1773

                 Aanwezig bruidszijde: Lauwerens Jans Reders, vader, Jantjen
Drieuws, moeder, Maria Lauwrens, zuster, Ettijn Jans, moeij,
Jacob Claasen, aangetrouwde oom, Hillegijn Allershof, nicht.

                 Aanwezig bruidegomszijde: Frouke Frijma, zuster, Derk Geutjes,
dedigsman, Jacob Ogiers, dedigsman.

                 Koopt te Appingedam op 22 jan 1774

                 Koopman Boele Knijpinga en Catharina Tebbens verkopen aan
Jacob Fryma en Geertje Laurens Revers een huis ten westen van
het Gouden Pand op Damster kerkgrond. Ten noorden de gang
         van Jurrien Jentsema, ten westen Gouden Pand, ten zuiden
Roelof Vos, ten westen de mandelige gang.

                  Verkoopt te Appingedam op 30 nov 1779

                 Op 30 november 1779 verkoopt Jacob Frima aan Laurens Revers
en Jantie Drieuws een behuizing. Ten noorden de gang van
Jurrien Jentsema, ten oosten het Gouden Pand, ten zuiden
juffrouw Lulofs, ten westen de mandelige gang.

                 Uit deze relatie 3 kinderen:
1.              Jantien, ged. te Appingedam op 16 okt 1776.
2.              Trijntien, ged. te Appingedam op 16 okt 1776.
3.              Reinder, ged. te Appingedam op 6 jul 1774.

IIb.            Maria Laurens Revers, dr. van Laurens Jans (I) en Jantjen
Dreeuwes, ged. te Appingedam op 23 feb 1755, ovl. te
Appingedam op 10 mrt 1774, otr. te Appingedam op 27 feb 1780,                  kerk.huw. (ongeveer 25 jaar oud) te Appingedam op 15 mrt 1780
Albert Drijfhamer en Maria Lauwerens Revers, beide van
Appingedam, haar Eerste Proclamatie den 27 Februarij 1780,
2de den 5 Maart 3de den 12 dito En Gecopuleerd den 15 Dito.

                 koopt te Appingedam op 2 nov 1780

                 Op 2 november 1780 verkoopt Jantje Drieuwes, weduwe van
Laurens Jans, aan haar kinderen Albert Drijfhamer en Maria
Lauwerens Revers de behuizing in het Gouden Pand
(kerkgrond). Ten noorden de gang van Jurrien Jentsema, ten
oosten het Gouden Pand, ten zuiden Okke Jacobs, ten westen de
mandelige gang.

                  Verkoopt te Appingedam op 31 mei 1791

                 Op 31 mei 1791 verkopen Albert Drijfhamer en Maria
Lauwerens Revers aan Harm Jacobus Friesema en Anna Jacobus
de behuizing in het Gouden Pand. Ten noorden Jurrien
Jentsema, ten oosten de straat, ten zuiden Okko Jacobs, ten
westen de mandelige gang.

                 met Albert Drijfhamer, verver, glasemaker.

                 Uit dit huwelijk 7 kinderen:
1.              Rieuwen Alberts Drijfhamer, ged. te Appingedam op
29 nov 1780, zilversmitsgezel, blikslager, ovl. (ongeveer 59 jaar
oud) te Appingedam op 26 sep 1840

tr. (resp. ongeveer 36 en ongeveer 33 jaar oud) (1) te Groningen
op 22 dec 1816 met Fennigjen Franssen de Wit, ged. te
Veendam op 29 jun 1783, tappersche, winkeliersche.

tr. (resp. ongeveer 49 en ongeveer 40 jaar oud) (2) te
Appingedam op 5 mei 1830

                 met Rixjen Klaasens Drijfhamer, ged. te Appingedam op
10 feb 1790, naaister.

2.              Jantjen, ged. te Appingedam op 17 mrt 1784.

3.              Louwrens, ged. te Appingedam op 10 mei 1786.

4.              Albertien Drijfhamer, ged. te Appingedam op 28 sep 1788,                  dienstmeid, ovl. (ongeveer 56 jaar oud) te Groningen op
21 feb 1845, tr. (resp. ongeveer 25 en ongeveer 26 jaar oud) (1) te
Groningen op 22 mei 1814 met Jannes Kamphuis, ged. te
Groningen op 22 jun 1787, koornmeter.

                 tr. (resp. ongeveer 38 en 52 jaar oud) (2) te Groningen op
23 sep 1827 met Jacobus Hartman, geb. te Rensumageest op
10 nov 1774, wagenmaker.

                 tr. (resp. ongeveer 50 en ongeveer 61 jaar oud) (3) te Groningen
op 30 sep 1838 met Fredrik Jans Smit, ged. te Groningen op
3 aug 1777, kleermakersknecht.

5.              Louwrens Alberts Drijfhamer, ged. te Appingedam op
4 mei 1791, blikslager, ovl. (ongeveer 32 jaar oud) te
Appingedam op 16 mei 1823, tr. (resp. ongeveer 23 en ongeveer
22 jaar oud) te Appingedam op 24 jul 1814 met Janna Engberts
Schuirman, geb. te Groningen circa 1792, naaijster.

6.              Petronella, ged. te Appingedam op 22 okt 1794.

7.              Geertje Alberts Drijfhamer, ged. te Appingedam op
30 apr 1797, naaister, tr. (resp. ongeveer 21 en ongeveer 29 jaar
oud) te Appingedam op 8 mei 1818 met Pieter Heeres Jongman,
                 ged. te Garrelsweer op 5 okt 1788, timmerman.


Bronnen:
– Vissen rond de Floem door A. Hoft
http://www.allegroningers.nl

Derk Oosterheert

Voor WWII

Derk werd in 1917 als zoon van Hindrik en Zwaantje Cornelia Oosterheert – Prummel.

Hindrik (26) en Zwaantje (28) trouwden op 2 juli 1910 in Veendam. Hindrik verdiende de kost als pianostemmer, later als pianohandelaar en koopman.
Ze kregen de volgende kinderen:
Theo Johan, geboren 21 december 1915 in Groningen
Derk, geboren 13 april 1917 in Groningen

Hindrik en Zwaantje scheidden op 18 februari 1925.

Theo (bouwkundig opzichter) trouwt Marijke Schilderop op 18 december 1942 in Groningen. Theo overlijdt op 31 januari 1967 in Groningen, waar hij werkte als architect.

Derk (verkoper) stapt in het huwelijksbootje met Margaretha Hermina de Jonge op 26 mei 1944 in Groningen.

Moeder Zwaantje Cornelia overlijdt op 4 april 1963 in Groningen.

Derk Oosterheert

Hij werkte als chef van de maatafdeling bij Peek & Cloppenburg. Samen met zijn vrouw woonde hij in de Bankastraat op nummer 10a.

Bankastraat, Groningen

Daarnaast was Derk in de oorlog lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (L.O.). Deze organisatie is eind 1942 opgericht door Tante Riek (mevrouw Kuipers-Rietberg) en Ds Slomp. Veel verzetsgroepen hebben zich aangesloten bij de L.O.

Dat zijn ondergronds werk gevaarlijk was, zal hij ongetwijfeld geweten hebben. Hij werd opgepakt op 13 juni 1944 en een maand later zat hij in Kamp Amersfoort, dat lag aan de zuidrand van Amersfoort (vlakbij Leusden). In eerste instantie was het een kazerne, maar in 1941 werd het een transitkamp (Durchgangslager) voor doorsturen van gevangenen naar Duitsland.

Derk werd begin oktober 1944 naar Meppen, Duitsland, overgebracht. Uiteindelijk kwam hij terecht in concentratiekamp Bergen-Belsen, waar hij stierf op 9 februari 1945.

Concentratiekamp Bergen-Belsen

Bergen-Belsen was een concentratiekamp in de buurt van Hannover, Duitsland. In eerste instantie was het een kazerne met oefenterrein (vanaf 1935), sinds juni 1940 werd het oefenterrein gebruikt als krijgsgevangenkamp. Vele Russen, Polen, Belgen en Fransen, verzetsstrijders en Joden uit heel Europa hebben hier gezeten, veelal overleden aan dysenterie en vlektyfus, veroorzaakt door de erbarmelijke omstandigheden (open lucht, geen sanitaire voorzieningen, zelfgemaakte tenten en kuilen in de grond).

Sinds 1943 is het kamp overgenomen door de S.S. (paramilitaire organisatie van de Nazi’s en werd het een concentratiekamp. Tot de bevrijding in 1945 zaten er voornamelijk krijgsgevangenen en Joden. Velen stierven door ziekte, ondervoeding en uitputting. In de laatste maanden van de oorlog, van januari tot april 1945 stierven circa 35.000 mensen in het kamp. In totaal zijn in dit kamp meer dan 70.000 mensen omgekomen.

Het kamp werd na de oorlog platgebrand i.v.m. het hoge risico op besmetting met tyfus en de vele aanwezige luizen.

Opdat wij nooit vergeten…


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.verzetsmuseum.org
http://www.geni.com
http://www.wikipedia.org

Groß Rosen, concentratiekamp

Concentratiekamp

Groß Rosen was een concentratiekamp in het huidige Polen, destijds Duitsland. In eerste instantie (1940) was het een satellietkamp, maar een jaar later werd het kamp een concentratiekamp, omdat in de omgeving veel graniet te winnen was, dat nodig was voor een nieuwe hoofdstad, Germania.

In 1942 werd het een Nacht- und Nebelkamp, een kamp om verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen, ingesteld door Wilhelm Keitel (Chef des Oberkommando der Wehrmacht).

Veel mensen stierven binnen enkele weken vanwege de erbarmelijke omstandigheden. Er was weinig te eten en het werk was zeer zwaar. Als men te zwak was om te werken (uitgemergeld en slechts 40 kg wegend), ging men op transport naar Dachau (met de zgn.Invalidentransporten).

Sinds 1943 zijn honderden Nederlandse Joden om het leven gekomen in Groß Rosen. Aan het eind van de oorlog werden gevangenen uit andere kampen geëvacueerd naar Groß Rosen, zoals vanuit Auschwitz.

Het werk dat moest worden gedaan, bestond uit het werken in de steengroeve, in de werkplaats van Siemens (in het kamp) en Blaupunkt en in de weverij. In de weverij waren ploegen werkzaam, die elk 12 uur duurden, vooral de verzwakte gevangenen moesten hier werken.

Nederlandse Joden

Op 7 februari 1945 stierven de Groningers in (de omgeving van) Groß Rosen:
Ludwig Roth, geboren 1900
Mozes Leezer, geboren 1925
Samuel Kisch, geboren 1910
Salomon Cohen, geboren 1916
Simon Levi Gans, geboren 1922
Mozes Alexander van Dam, geboren 1915
David de Jonge, geboren 1925
Philip Broekema, geboren 1911
Noach de Jonge, geboren 1898
Izak Cohen, geboren 1890
Adolf Henri van Kollem, geboren 1913
Salomon de Jonge, geboren 1923
Benjamin de Beer, geboren 1921
Meier Behr, geboren 1923
Abraham Israël, geboren 1916

Opdat wij niet vergeten…


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.wikipedia.nl

Pieter van Dijk, 6 februari 1945

Hilversum

Pieter werd geboren in Hilversum op 26 april 1922, zijn ouders waren Pieter en Clazina Hendrika van Dijk – Cirkel.

Pieter had twee zussen; Hester (1917-1994) en Ina (1926-1930).

Vader Pieter overleed in 1968, moeder Clazina vijf jaar eerder in 1963.

Pieter

Pieter woonde aan de Havenstraat 13 in Hilversum.

Pieter maakte, als radiotechnicus, deel uit van de Knokploeg van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers (L.O.). In 1945 was hij ondergedoken in Uithuizermeeden, bij leden van de locale verzetsgroep, waaronder gemeenteambtenaar Sietse Bergsma, onderwijzer Willem Nienhuis en Bene Roelf Westerdijk. In de boerderij aan de Dwarsweg, waar de mannen verbleven, waren wapens en een radiozendinstallatie verborgen.

Tijdens een razzia op 6 februari 1945 werden de mannen opgepakt door de Duitsers, nadat er geruchten in het dorp waren verspreid. Rond 17.00 uur werd de boerderij omsingeld, waarna een inval plaats vond. Pieter, Gerrit Bakker (uit Eindhoven) en Bene Roelf hebben geprobeerd te vluchten, al schietend.

Pieter bereikte de eendenkooi aan de Meneersweg, maar werd daar opgespoord en doodgeschoten. Gerrit en Bene Roelf werden zwaargewond naar Groningen overgebracht, waarna ze, waarschijnlijk, zijn doodgeschoten in het bosgebied in de buurt van Norg.

In Hilversum is een straat terug te vinden, die de naam Van Dijkstraat draagt, opgedragen aan Pieter.


Bronnen:
http://www.hilversum.genwiki.net
http://www.allegroningers.nl
http://www.groningen4045.nl
http://www.books.google.co.uk

Wouter van Wijk, 5 februari 1945

Verzetsman

Op 5 februari 1945 vond deze (voor mij) onbekende man de dood door kogels van de bezetter. Waarom? Wie was hij?

Wouter werd geboren als zoon van Antonie van Wijk en Margje Schoon.

Antonie en Margje van Wijk – Schoon

Antonie van Wijk (geboren in Aalburg) en Margje Schoon ( geboren in Zuidlaren) treden op 9 mei 1912 in het huwelijk in Zeist.
Hun gezin werd uitgebreid met:
Wouter, geboren 16 april 1913 in Zeist
Dina, geboren 3 september 1916 in Zeist

Dina trouwt op 17 november 1938 in Zeist met Jan Dill, 28-jarige man uit Gouda.

Antonie van Wijk was hoofd van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in Zeist.

Vader Antonie overlijdt op 21 maart 1968 in Amersfoort. Zes jaar later verlaat Margje het aardse, ze sterft op 24 september 1974 in Zeist.

Wouter van Wijk

Op 20 juni 1940, net na de inval van de Duitsers, trouwt Wouter met Dina van Wieringen. Zij is 33 jaar ervoor geboren in Rotterdam.

Huwelijksakte Wouter en Dina

In de oorlogsjaren was het beroep van Wouter districtsopzichter bij de aanlegdienst bij de N.V. Provinciale Waterleiding Maatschappij in Groningen. Hij zou op een woonboot in Nieuwolda gewoond hebben.

Daarnaast zat hij in het verzet. Hij raakte daar bij betrokken in het tweede oorlogsjaar. Hij begon met het maken van plattegronden van distributiekantoren, voor overvallen. Daarnaast maakte hij sleutels na. In een later stadium nam hij deel aan de overvallen, vervalst persoonsbewijzen en hielp bij het onderbrengen van onderduikers.

Wouter was in september 1944 in Zeist en werd daar ondercommandant van de lokale BS. Zijn arrestatie vond plaats op 11 december 1944, niet bekend is waarom hij gearresteerd was. Bij zijn aanhouding zijn wapens gevonden in huis.

Wouter van Wijk

De Amersfoortse verzetsploeg blies een seinwachtershuisje op. Als vergelding werd Wouter, samen met 8, volgens ander bronnen 19, andere mannen, doodgeschoten.

In Zeist blijft zijn naam voortleven: Wouter van Wijklaan.

Overlijdensakte Wouter van Wijk

Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.wikipedia.nl
http://www.geheugenvanzeist.nl


Roelf Hulzebos, overlijdt op 4 februari 1945

Gezin Hulzebos

Roelf werd geboren op 5 november 1882 in Westerlee als zoon van Harm Hulzebos (arbeider, later voerman) en Reina Wageman. Harm en Reina waren getrouwd op 29 juni 1882 in Scheemda, Roelf was hun eerste kindje.

Geboorteakte Roelf

Vervolgens kreeg Roelf broertjes en zusjes:
Tonnechien, geboren 16 september 1884 in Westerlee
Martje, geboren 13 september 1886 in Veendam
Frouwtje, geboren 22 juli 1891 in Veendam
Harmina Reintina, geboren 19 april 1896 in Veendam

Tonnechien trouwt op 8 oktober 1904 in Oude Pekela met de dan 24 jarige Esra Korte, plaatwerker uit Morige. Tonnechien overlijdt op 26 januari 1973.

Huwelijksakte Tonnechien en Esra

Roelf huwt Lukkina Bronsema op 15 februari 1908 in Oude Pekela. Roelf is dan schipper.

Huwelijksakte Roelf en Lukkina

Frouwtje vindt haar partner in Nanno Dijk, arbeider, 24 jaar bij de sluiting van het huwelijk op 5 september 1914, dat in Nieuwe Pekela plaatsvindt. Frouwtje overlijdt op 27-jarige leeftijd op 25 oktober 1918 in Nieuwe Pekela.

Huwelijksakte Frouwtje en Nanno

Nanno trouwt haar zuster Martje op 28 mei 1920. Martje overlijdt op 24 juni 1975.

Huwelijksakte Martje en Nanno

De jongste, Harmina Reintina, trouwt Willem Renke Holvast (kantoorbediende) uit Oude Pekela. Het huwelijk wordt gesloten op 3 mei 1917 in Nieuwe Pekela. Harmina Reintina overlijdt op 11 juli 1969.

Huwelijksakte Harmina Reintina en Willem

Vader Harm overlijdt als hij 82 jaar is, op 3 januari 1941 in Nieuwe Pekela. Zijn vrouw Reina sluit haar ogen definitief op 20 november 1945, in Oude Pekela.

Het gezin van Roelf en Lukkina

Na het huwelijk in februari 1908 wordt drie maanden later wordt hun eerste geboren:
Harm, geboren op 11 mei 1908 in Oude Pekela, overleden op 15 december
1913 in Wildervank
Trijntje, geboren op 7 mei 1909 in Oude Pekela
Hilko, geboren op 13 september 1910 in Stadskanaal, overlijdt op 22 juni
1925 in Groningen
Reint, geboren op 11 oktober 1911 in Stadskanaal, overlijdt op 25 februari
1929 in Nieuwe Pekela
Reina, geboren in februari 1915 in Emmen, overleden op 12 mei 1915
Reina, geboren op 23 maart 1916 in Ter Apelkanaal
Harmina, geboren op 9 juli 1917 in Musselkanaal
Lukkina, geboren op 24 maart 1919 in Sappemeer

Harm overlijdt op 15 december 1913 in Wildervank als hij 5 jaar is.

Roelf is schipper tot zeker 1919, daarna wordt arbeider als beroep vermeld om vervolgens in 1929 caféhouder te zijn. Het schip, dat het gezin bevoer, heette Lukkiena.


Hij overlijdt (als schipper) op 4 februari 1945 in Groningen. Hij reed op het fietspad langs het Van Starkenborghkanaal, toen hij niet snel genoeg ruimte maakte voor Duitse militairen. Als gevolg daarvan werd hij doodgeschoten.


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.delpher.nl

Beschieting tram bij Drachten 3 februari 1945

Organisation Todt

In het Friese Smallingerland werkten arbeiders gedwongen voor de Duitsters, voor Organisation Todt (OT). Dit was een Duitse bouwmaatschappij, opgericht door Rijksminister Fritz Todt en door hem opgericht in 1933. Na de val van nazi-Duitsland werd de organisatie opgeheven op 8 mei 1945. De organisatie hield zich bezig met bouw van verdedingswerken en het herstel van door luchtaanvallen beschadigde verbindingen.

Zo was de organisatie verantwoordelijk voor de Atlantikwall, een verdedigingslinie, die liep van Noorwegen via Denemarken, Duitsland, Nederland en België naar Frankrijk tot de grens van Spanje, meer dan 5.000 kilometer lang.

In eerste instantie werden vrijwillige en dienstplichtige Duitsers ingezet. Aan het eind van de oorlog waren dit van Duitse zijde oudere of gehandicapte soldaten uit de Wehrmacht.
Vanaf 1942 waren er dwangarbeiders en krijgsgevangenen uit Nederland tewerkgesteld voor de OT, in totaal circa 60.000 burgers.

Zwarte dag 3 februari 1945

Op die dag zaten meerdere mannen in de tram van de NTM (Nederlandse Tram Maatschappij). In Drachten werd de tram beschoten door geallieerde vliegtuigen. Hierbij kwamen Willem van Dijken (37), Harmen Meiboom (47), Lambertus Harmannus Schoenmakers (18) en Bernardus Harms (46) om het leven.

Willem van Dijken

Willem is de zoon van Johannes van Dijken (1858-1938) en Nieske Dieterman (1874-1940). Johannes en Nieske krijgen, na hun huwelijk in 1894, de volgende kinderen:
Elizabeth, geboren en overleden 1894 in Garmerwolde
Elisabeth, geboren 1895 in Garmerwolde
Jacobus, geboren en overleden 1896 in Garmerwolde
Jacobus, geboren 1898 in Groningen
Pieter, geboren 1900 en overleden 1901 in Groningen
Pieter, geboren 1901 en overleden 1957 in Groningen
Jan, geboren 1904 in Groningen
Albert, geboren 1905 in Noorddijk en overleden 1965 in Groningen
Willem, geboren 1907 in Groningen en overleden 1945 in Drachten
Egbertje, geboren 1909 in Groningen
Meindert, geboren 1911 in Groningen

Willem was chauffeur. Hij is getrouwd met Janke Snijder op 25 september 1930 in Groningen. Hij erkende bij het huwelijk Antonius, geboren te Groningen op 22 april 1927. Willem staat vermeld als magazijnknecht.
Hij is begraven op de Zuiderbegraafplaats in Groningen.

Harmen Meiboom

Harmen ziet het levenslicht op 6 september 1897 in Sneek in het gezin van Wieger Meiboom en Kornelia Martens Bakker.
Het echtpaar Wieger en Kornelia kregen kinderen:
levenloos meisje, doodgeboren 1896 in Sneek
Harmen, geboren 1897 in Sneek en overleden 1945 in Drachten
Pietje, geboren 1900 in Sneek

Harmen (kantoorbediende) trouwt op 24 mei 1938 in Groningen met Tetje Johanna Geertruida Terpstra, een 41-jarige Drentse, die overlijdt op 29 november 1943 in Groningen. Er zijn geen kinderen gevonden van dit echtpaar. Ook Harmen is op de Zuiderbegraafplaats in Groningen begraven.

Bernardus Harms

Bernardus ouders heetten Geert Harms en Wietske Vels. Hij werd geboren op 5 juni 1898 in Hemmen, gemeente Haren. Zijn enige zus was Maria, geboren 1906 in Hoornschedijk, Haren

Bernardus trouwt op 29 mei 1922 als scheepstimmerman met Trijntje Buurmeijer, 29 jaar ervoor geboren in Nieuw Scheemda. Zij overlijdt op 2 januari 1935 in Groningen, waarna Bernardus op 12 augustus 1935 hertrouwt met Rienkje de Vos, 33 jaar, geboren in Langezwaag. Bernadus heet dan scheepsklinker te zijn.
Bij zijn overlijden staat revolverklinker als beroep bij hem vermeld (arbeider, die met luchtdrukrevolver klinkwerk doet). Bernardus is op de Noorderbegraafplaats in Groningen begraven.

Lambertus Harmannus Schoenmakers

Hij werd geboren in het gezin van Johannes Lambertus Schoenmakers en Martha van Dokkumburg op 22 juni 1926 in Groningen, een half jaar na het huwelijk van zijn ouders. Verdere informatie over zijn ouders ontbreekt helaas.
Lambertus was tabakswerker. Zijn laatste rustplaats is op de Zuiderbegraafplaats in Groningen.

___________________________________________________________________________

Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.alledrenten.nl
http://www.allefriezen.nl
http://www.wikipedia.nl
http://www.archieven.nl
http://www.spittenvoordevijand.nl
http://www.eenlaatstesaluut.nl
http://www.graftombe.nl