Hille en de pastor

Anno 8 Febr:1697

Volgens voorgaende artykel:3 en 5 is binnen gestaen Hille Hindricks beschuldigende D Adami Pastor alhijr, als dat hij haer trouwbeloften hadde gedaen, en daerenboven oock vleeslijk bekent, waervan sij een kint hadde, welke sij seide Pastor Adami kint te sijn. D. Adami daerop verstaen sijnde, heeft beyde ontkent en daerop geoordeelt dat hij volgens twee sententien van H:H: Hooftmannen Camer genoechsaem bevrient was.
Dese sake in de vreese des Heeren ooverwogen sijnde, is van de meeste Consistorianten neffens de twee versochte praedicanten met pluraliteit van stemmen besloten
1 Dat D. Adami Hille Hindricks so haest als t’ mogelijk is gerechtelijk de mont sal stoppen tot vergenoeginge van de Gemeinte
2 Dat D. Adami sal supersederen met de kondinge van sijn toekomende houwlijk tot er tijdt dat hij sich sal gesuivert hebben
3 indien t te lange liep, dat dan de sake ant eerstes Classis sal worden gerenvoseert, welke drie conditien D. Adami heeft angenomen om te achtervolgen.

Anno 15 Febr: 1697

Dewijl op Sagterdach des morgens een mandaet op D. Ippius, en Hille Hindricks als partije van Pastor Adami was uitgebracht, is het selve den broederen in Consistorie vertoont en voorgelesen. En hoewel de broederen wat vreemt voor quam dat oock de Pastoor op het mandaet stont is eevenwel bemerckt dat hij niet als partije, maer als wien de kondinge te doen betreft, gelijk gewoonlijk in mandaten van proclamata daerop gesettet, waer in omvrage gelegt sijnde of oock het E. Consistorium in desen eets soude doen, is eenparig goedt gevonden dat men sich nu sal stille houden, en sien hoe de saken met partijen aflopen. Maer bij aldien het dese weeck of ten spoedigsten niet wordt afgedaen, sullen twee gecommiteerde OUderlingen met D. Ippius de winter Deputaten van het Eerw: Classis, welke anstaende woensdach sullen vergaderen, versoeken, dat het eerste ordinary Classis so veel doenlijk is moge verhaestet worden, op dat het E. Consistorium, als sijnde de sake verder voor haer te swaer, die an het sleve moge konnen ooverleveren. De gecommiteerde broederen bij D. Ippius sijn gestelt Pieter Frericks en Jan Ebels.

Anno 3 Martij 1697

De broederen Consistorianten waren als noch niet wel gemoet op D. Collega Adami, in sonderheit oock dewijl sijn E. niet in consistoriale vergaderinge heden verscheen, het welke sij oordeelden dat had moeten geschieden.

Is voorgestelt de behoeftigheit van Hille Hindricks of men haer niet weekelijks eets soude toeleggen, dewijl men al geduirende haer kraem genootsaeck waer geweest, haer de behulpsige handt te bieden: en de boeckhouder en wilde sonder bewillinge van het gansche Consistorium hijr niet verder in doen. In omvrage dan is haer met volle stemmen een broodt bij de provisie maer met ses stemmen oock een schellink toegelegt.

Anno 1697 10 Junij op donderdach

De Sake van Hille Hindricks om haer kint an onse Diaconie an te nemen, op dat sij voor Minne ergens soude konnen dienen, tot heden om nader te beraden verschoven, owrt noch daer gelaten; en sal men noch wat tijdt verbeiden, om na gelegentheit, ’t geen raetsaem gevonden wordt te resolveren.

Is censura morum gehouden, en door des Hrn genade niet strafbaers gevonden. Alleen bedroefde het de Broeders dat Hille Hindricks noch hertneckig persisteerde, en door importune quade besegeninge in de visitatie an D. Collega gedaen, eenige nieuwe ontroeringe van sommige gemoederen maeckte welke de broederen begeerden dat D. Ippius soude voorhouden. D. Collega beloofde alle bedenkelijke de voiren an te wenden, om haer dit af te leeren, en voortaen te verhindere: maer konde sulks niet met gewelt in een oogenblik doen doch soude het met der tijdt, en via juris doen.

Of het kind inderdaad van dominee Cornelis Adami is, zullen we nooit weten, want na juni 1697 wordt niets meer geschreven over Hille of over deze kwestie. Blijkbaar is het dominee Ippius gelukt om Hille de mond te snoeren, op welke wijze dan ook.


Cornelius Adami huwde Helena Burema op 10 maart 1697 in Groningen, nadat ze op 21 februari 1697 in Appingedam geregistreerd (in ondertrouw) gingen.

Zij kregen de volgende kinderen, allen geboren en gedoopt in Appingedam:
Henrica, geboren 3 januari en gedoopt 5 januari 1698
Johannes, geboren 25 maart en gedoopt 27 maart 1700
Adam, gedoopt 14 december 1701
Henricus, gedoopt 23 januari 1704
Gerrit, gedoopt 6 januari 1706
Gerrit, geboren 25 mei en gedoopt 29 mei 1707
Gerrit, geboren 18 juni en gedoopt 20 juni 1708
Johanna, geboren 9 juni en gedoopt 11 juni 1710
Martinus, gedoopt 28 september 1712


Hille Hindricks is op 19 juni 1690 op belijdenis als lidmaat aangenomen in de gemeente Appingedam. Dat doet vermoeden dat ze daar al woonde, mogelijk ook geboren is in Appingedam.

Op 13 januari 1697 is Martha, in onecht geboren dochter van Hilke Hindricks, geboren in Bierum, gedoopt in Appingedam.
Den 13. Januarij is gedoopt het kint so, Hilke Hindricks, woonachtig geweest tot Bierum en noch met geen attestatie tot ons gekomen, buiten echt heeft oovergewonnen, sijnde een dochtertjen, waervan de Vader onbekent is, en is volgens opgevinge van de Moeder Martha genaemt.

Verder is niets meer van haar of haar dochtertje terug te vinden.


Bronnen:
http://www.allegroningers.nl
http://www.lidmatengroningen.nl

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.